9.2. Beslissingen bij ambtshalve onderzoek m.b.t. commerciële communicatie en boodschappen van algemeen nut / bepalingen van de kamer voor onpartijdigheid en bescherming van minderjarigen

1. VRM tegen NV Medialaan - 2017/003

De VRM controleerde de uitzendingen (13 oktober 2016, 17u-23u) van verschillende televisieomroeporganisaties, waaronder VTM.

Tijdens de onderzochte periode worden 17 reclameblokken uitgezonden. De reclamebeginbumpers duren 2 tot 3 seconden. De tekst “RECLAME” wordt slechts gedurende 1 seconde getoond.

Artikel 79, § 1, van het Mediadecreet schrijft voor dat televisiereclame duidelijk herkenbaar moet zijn en moet kunnen worden onderscheiden van redactionele inhoud.  Reclame moet worden gescheiden van andere onderdelen van het programma met visuele en/of akoestische en/of ruimtelijke middelen. 
Hierdoor wordt vermeden dat er bij de kijkers verwarring ontstaat tussen reclame en andere programmaonderdelen.

Het loutere feit dat van enig visueel en/of akoestisch en/of ruimtelijk middel gebruik wordt gemaakt om de reclame te scheiden van de programma’s, volstaat op zich niet om aan de bepalingen van artikel 79, § 1, van het Mediadecreet te voldoen. De reclame moet door deze afscheiding of afbakening voor de kijker duidelijk herkenbaar zijn en kunnen worden onderscheiden van de redactionele inhoud.

Bij de toetsing van een bepaalde uitzending aan artikel 79, § 1, van het Mediadecreet moet telkens in concreto worden nagegaan of de gebruikte middelen om reclame te scheiden van andere onderdelen van het programma, doeltreffend zijn. Bij de beoordeling van deze elementen in een concrete zaak dient mogelijke verwarring bij de kijker als leidraad.

Met het oog op het creëren van een grotere rechtszekerheid heeft de VRM in het verleden een overleg met de sector georganiseerd en op basis daarvan op 23 februari 2015 een standpunt aangenomen over het onderscheid tussen reclame en redactionele inhoud.  Als richtsnoeren met betrekking tot beginbumpers is onder meer het volgende gesteld: “Men kan van een duidelijk herkenbare afbakening van reclame en redactionele inhoud spreken wanneer de beginbumper minstens 5 seconden beeldvullend wordt getoond. Afwijkend hiervan is ook sprake van een duidelijk herkenbare afbakening van reclame en redactionele inhoud wanneer de beginbumper minstens 2 seconden beeldvullend wordt getoond en op de beginbumper het woord “RECLAME” vermeld wordt in een grootte die voor de doorsnee kijker gemakkelijk leesbaar is. […]”

De VRM besluit dat de door VTM uitgezonden korte beginbumpers waarop het woord “RECLAME” niet voor de volledige duur wordt vermeld, niet kunnen worden beschouwd als een duidelijk herkenbare afbakening van reclame en redactionele inhoud, zoals vereist wordt door artikel 79, § 1, van het Mediadecreet. In voorliggend geval wordt niet vermeden dat bij de kijkers verwarring kan ontstaan tussen reclame en andere programmaonderdelen.

Bij het bepalen van de sanctie houdt de VRM rekening met het feit dat de schending van het principe van de scheiding van reclame en redactionele inhoud een ernstige inbreuk betreft, evenals met eerdere veroordelingen voor soortgelijke inbreuken.

De VRM besluit VTM een administratieve geldboete van 7.500 euro op te leggen.

2. VRM tegen NV Bites Europe - 2017/004

De VRM controleerde de uitzendingen (13 oktober 2016, 17u-23u) van verschillende televisieomroeporganisaties, waaronder CAZ.

Tijdens de onderzochte periode worden 12 reclameblokken uitgezonden. De reclamebeginbumper duurt telkens 2 seconden en de tekst “RECLAME” wordt gedurende de gehele bumper getoond. De tekengrootte waarin de tekst “RECLAME” getoond wordt, is echter zeer klein waardoor deze tekst voor de gemiddelde kijker niet duidelijk leesbaar is. De tekst wordt daarbij ook deels overlapt door de uitvergroting van de letters van “CAZ”.

Artikel 79, § 1, van het Mediadecreet schrijft voor dat televisiereclame duidelijk herkenbaar moet zijn en moet kunnen worden onderscheiden van redactionele inhoud.  Reclame moet worden gescheiden van andere onderdelen van het programma met visuele en/of akoestische en/of ruimtelijke middelen. 
Hierdoor wordt vermeden dat er bij de kijkers verwarring ontstaat tussen reclame en andere programmaonderdelen.

Het loutere feit dat van enig visueel en/of akoestisch en/of ruimtelijk middel gebruik wordt gemaakt om de reclame te scheiden van de programma’s, volstaat op zich niet om aan de bepalingen van artikel 79, § 1, van het Mediadecreet te voldoen. De reclame moet door deze afscheiding of afbakening voor de kijker duidelijk herkenbaar zijn en kunnen worden onderscheiden van de redactionele inhoud.

Bij de toetsing van een bepaalde uitzending aan artikel 79, § 1, van het Mediadecreet moet telkens in concreto worden nagegaan of de gebruikte middelen om reclame te scheiden van andere onderdelen van het programma, doeltreffend zijn. Bij de beoordeling van deze elementen in een concrete zaak dient mogelijke verwarring bij de kijker als leidraad.

Met het oog op het creëren van een grotere rechtszekerheid heeft de VRM in het verleden een overleg met de sector georganiseerd en op basis daarvan op 23 februari 2015 een standpunt aangenomen over het onderscheid tussen reclame en redactionele inhoud.  Als richtsnoeren met betrekking tot beginbumpers is onder meer het volgende gesteld: “Men kan van een duidelijk herkenbare afbakening van reclame en redactionele inhoud spreken wanneer de beginbumper minstens 5 seconden beeldvullend wordt getoond. Afwijkend hiervan is ook sprake van een duidelijk herkenbare afbakening van reclame en redactionele inhoud wanneer de beginbumper minstens 2 seconden beeldvullend wordt getoond en op de beginbumper het woord “RECLAME” vermeld wordt in een grootte die voor de doorsnee kijker gemakkelijk leesbaar is. […]” 

De VRM besluit dat in voorliggend geval de reclamespots niet duidelijk herkenbaar zijn en kunnen worden onderscheiden van redactionele inhoud, zoals voorgeschreven in artikel 79, § 1, van het Mediadeceet. Er wordt aldus niet vermeden dat bij de kijkers verwarring kan ontstaan tussen reclame en andere programmaonderdelen. Het hanteren van dergelijke korte beginbumpers, zonder dat het woord “RECLAME” gemakkelijk leesbaar wordt vermeld, zorgt niet voor een duidelijk herkenbare afbakening van reclame en redactionele inhoud. Deze vaststelling sluit aan bij het hoger beschreven standpunt van de VRM van 23 februari 2015.

Bij het bepalen van de sanctie houdt de VRM er enerzijds rekening mee dat de schending van het principe van de scheiding van reclame en redactionele inhoud een ernstige inbreuk vormt en anderzijds dat het een eerste inbreuk van die aard betreft voor CAZ.

De VRM besluit een administratieve geldboete van 2.500 euro op te leggen.

3. VRM tegen NV Vlaamse Radio- en Televisieomroeporganisatie - 2017/005

De VRM controleerde de uitzendingen van verschillende televisieomroeporganisaties (25 oktober 2016, 16u-22u), waaronder Canvas.

Tijdens de onderzochte periode werd het programma ‘Extra Time’ heruitgezonden.

Uit de controle blijkt dat de duurtijd van de sponsorvermelding voor ‘Unibet’ (voor en na het programma) langer dan vijf seconden per sponsorvermelding bedraagt en eveneens langer dan tien seconden in totaal bedraagt. Dit wordt niet betwist door de VRT.

De VRM besluit dat de VRT zo een inbreuk begaat op artikel 92 van het Mediadecreet. Bij het bepalen van de sanctie houdt de VRM rekening met enerzijds de ernst van de inbreuk en anderzijds het beperkte marktaandeel van het programma en het gegeven dat de omroeporganisatie recent geen gelijkaardige inbreuken heeft begaan.

De VRM beslist de VRT te waarschuwen voor deze overtreding.

4. VRM tegen NV Vlaamse Radio- en Televisieomroeporganisatie - 2017/006

De VRM controleerde de uitzending van het programma ‘Herfstbeelden’ op Canvas (18 november 2016 - voormiddag).

De VRM stelt vast dat de uitzending productplaatsing bevat voor verblijfplaatsen in Sint-Joris-Winge en Lubbeek, een brouwerij in Mechelen en een evenementenlocatie in Drimmelen (Nederland). Deze productplaatsing wordt echter niet aangegeven door het PP-logo bij de aanvang en het einde van het programma.

Bovendien stelt de VRM vast dat in het programma rechtstreeks wordt aangezet tot de aankoop van de betrokken goederen en diensten. Er is daarbij ook sprake van overmatige aandacht.

De VRT overtreedt hierdoor het Mediadecreet m.b.t. het uitzenden van productplaatsing.

Bij het bepalen van de sanctie houdt de VRM enerzijds rekening met de ernst van de inbreuken en het gegeven dat de VRT in het verleden al gelijkaardige inbreuken heeft begaan. Daarnaast houdt de VRM rekening met het feit dat deze beelden voor een eerste keer beoordeeld worden, dat de VRT geen inkomsten haalt uit het uitzenden van de sfeerbeelden en het beperkte marktaandeel van de uitzending.

De VRM besluit een administratieve geldboete van 2.500 euro op te leggen.

5. VRM tegen NV Plattelands TV - 2017/008

De VRM controleerde de uitzendingen van diverse televisieomroeporganisaties (13 oktober 2016, 17u-23u), waaronder PlattelandsTV.

De programma’s ‘OnsTv’ en ‘[email protected]’ bevatten productplaatsing. Beide programma’s worden niet op passende wijze aangeduid als programma met productplaatsing (ontbreken van het PP-logo).

Bij het programma ‘OnsTv’ is er sprake van het rechtstreeks aansporen tot aankoop van een kookboek.  Artikel 100, § 1, 2°, van het Mediadecreet bepaalt dat programma’s die productplaatsing bevatten niet rechtstreeks mogen aansporen tot aankoop van goederen, in het bijzonder door die producten specifiek aan te prijzen;

Bij het bepalen van de sanctie houdt de VRM rekening met het gegeven dat dergelijke inbreuken voor het eerst bij PlattelandsTv worden vastgesteld, evenals met het beperkte kijkbereik van het omroepprogramma.

De VRM besluit PlattelandsTv te waarschuwen voor deze overtredingen.

6. VRM tegen VZW West-Vlaamse Televisie Omroep Regio Zuid - 2017/009

De VRM controleerde de uitzendingen van de particuliere regionale televisieomroeporganisaties (5 november 2016, 15u-18u), waaronder WTV.

Tijdens de onderzochte periode wordt het programma ‘Tendens’ uitgezonden. WTV geeft de aanwezigheid van productplaatsing aan door het tonen van het PP-logo bij het begin en aan het einde van de uitzending ervan. Onder de benaming ‘Hotspot’ wordt een item uitgezonden over onder meer een herenkledingzaak te Kortrijk.

Artikel 100, § 1, van het Mediadecreet bepaalt de voorwaarden waaraan programma’s die productplaatsing bevatten, moeten voldoen. Zo mogen dergelijke programma’s onder meer niet rechtstreeks aansporen tot aankoop van goederen of diensten, in het bijzonder door die producten of diensten specifiek aan te prijzen (artikel 100, § 1, 2°, van het Mediadecreet), noch mogen de producten of diensten in kwestie overmatige aandacht krijgen (artikel 100, § 1, 3°, van het Mediadecreet).

De besproken zaak krijgt gedurende bijna vier minuten nagenoeg alle aandacht, op een zodanige manier (met name door de uitspraken en opmerkingen van zowel de voice-over, presenterende fashion-blogger als zaakvoerder, maar ook door de veelvuldige visuele en auditieve vermeldingen) dat hier sprake is van overmatige aandacht.

De omroeporganisatie en de enthousiaste ‘fashionista’ verlenen bovendien hun volledige medewerking aan de promotie van de kledingzaak en geven de zaakvoerders de mogelijkheid om het unieke en de kwaliteiten van de zaak aan te prijzen. Alle troeven worden opgesomd, ondersteund door camerabeelden van de verscheidenheid van het aanbod in de zaak. Met name op het einde van het item prijst de presenterende blogster de zaak nogmaals extra aan: “Dat is hier een geweldige luxe, die extra aanpak en die extra service, dat vind ik wel heel belangrijk aan de winkel.”

De VRM besluit dat WTV een inbreuk heeft begaan op artikel 100, § 1, 2° en 3°, van het Mediadecreet.

Bij het bepalen van de sanctie houdt de VRM er evenwel rekening mee dat WTV aannemelijk maakt niet de intentie te hebben gehad om de voorwaarden met betrekking tot productplaatsing te overtreden.

De VRM besluit WTV te waarschuwen.

7. VRM tegen VZW Focus Televisie - Regionale Televisie voor het Noorden van West-Vlaanderen - 2017/010

De VRM controleerde de uitzendingen van de particuliere regionale televisieomroeporganisaties (5 november 2016, 15u-18u), waaronder Focus.

Tijdens de onderzochte periode wordt het programma ‘Tendens’ uitgezonden. Focus geeft de aanwezigheid van productplaatsing aan door het tonen van het PP-logo bij het begin en aan het einde van de uitzending ervan. Onder de benaming ‘Hotspot’ wordt een item uitgezonden over onder meer een herenkledingzaak te Kortrijk.

Artikel 100, § 1, van het Mediadecreet bepaalt de voorwaarden waaraan programma’s die productplaatsing bevatten, moeten voldoen. Zo mogen dergelijke programma’s onder meer niet rechtstreeks aansporen tot aankoop van goederen of diensten, in het bijzonder door die producten of diensten specifiek aan te prijzen (artikel 100, § 1, 2°, van het Mediadecreet), noch mogen de producten of diensten in kwestie overmatige aandacht krijgen (artikel 100, § 1, 3°, van het Mediadecreet).

De besproken zaak krijgt gedurende bijna vier minuten nagenoeg alle aandacht, op een zodanige manier (met name door de uitspraken en opmerkingen van zowel de voice-over, presenterende fashion-blogger als zaakvoerder, maar ook door de veelvuldige visuele en auditieve vermeldingen) dat hier sprake is van overmatige aandacht.

De omroeporganisatie en de enthousiaste ‘fashionista’ verlenen bovendien hun volledige medewerking aan de promotie van de kledingzaak en geven de zaakvoerders de mogelijkheid om het unieke en de kwaliteiten van de zaak aan te prijzen. Alle troeven worden opgesomd, ondersteund door camerabeelden van de verscheidenheid van het aanbod in de zaak. Met name op het einde van het item prijst de presenterende blogster de zaak nogmaals extra aan: “Dat is hier een geweldige luxe, die extra aanpak en die extra service, dat vind ik wel heel belangrijk aan de winkel.”

De VRM besluit dat Focus een inbreuk heeft begaan op artikel 100, § 1, 2° en 3°, van het Mediadecreet.

Bij het bepalen van de sanctie houdt de VRM er evenwel rekening mee dat Focus aannemelijk maakt niet de intentie te hebben gehad om de voorwaarden met betrekking tot productplaatsing te overtreden.

De VRM besluit Focus te waarschuwen.

8. VRM tegen VZW Audio Video Studio Oost-Vlaamse Televisie - 2017/011

De VRM controleerde de uitzendingen van de particuliere regionale televisieomroeporganisaties (5 november 2016, 15u-18u), waaronder AVS.

Tijdens de onderzochte periode wordt het programma ‘Tendens’ uitgezonden. AVS geeft de aanwezigheid van productplaatsing aan door het tonen van het PP-logo bij het begin en aan het einde van de uitzending ervan. Onder de benaming ‘Hotspot’ wordt een item uitgezonden over onder meer een herenkledingzaak te Kortrijk.

Artikel 100, § 1, van het Mediadecreet bepaalt de voorwaarden waaraan programma’s die productplaatsing bevatten, moeten voldoen. Zo mogen dergelijke programma’s onder meer niet rechtstreeks aansporen tot aankoop van goederen of diensten, in het bijzonder door die producten of diensten specifiek aan te prijzen (artikel 100, § 1, 2°, van het Mediadecreet), noch mogen de producten of diensten in kwestie overmatige aandacht krijgen (artikel 100, § 1, 3°, van het Mediadecreet).

De besproken zaak krijgt gedurende bijna vier minuten nagenoeg alle aandacht, op een zodanige manier (met name door de uitspraken en opmerkingen van zowel de voice-over, presenterende fashion-blogger als zaakvoerder, maar ook door de veelvuldige visuele en auditieve vermeldingen) dat hier sprake is van overmatige aandacht.

De omroeporganisatie en de enthousiaste ‘fashionista’ verlenen bovendien hun volledige medewerking aan de promotie van de kledingzaak en geven de zaakvoerders de mogelijkheid om het unieke en de kwaliteiten van de zaak aan te prijzen. Alle troeven worden opgesomd, ondersteund door camerabeelden van de verscheidenheid van het aanbod in de zaak. Met name op het einde van het item prijst de presenterende blogster de zaak nogmaals extra aan: “Dat is hier een geweldige luxe, die extra aanpak en die extra service, dat vind ik wel heel belangrijk aan de winkel.”

De VRM besluit dat AVS een inbreuk heeft begaan op artikel 100, § 1, 2° en 3°, van het Mediadecreet.

Bij het bepalen van de sanctie houdt de VRM er evenwel rekening mee dat AVS aannemelijk maakt niet de intentie te hebben gehad om de voorwaarden met betrekking tot productplaatsing te overtreden.

De VRM besluit AVS te waarschuwen.

9. VRM tegen NV Njam! - 2017/012

De VRM controleerde de uitzendingen van diverse televisieomroeporganisaties (25 oktober 2016, 16u-22u), waaronder Njam!

Tijdens de onderzochte periode worden verschillende reclameblokken uitgezonden die niet conform de regelgeving zijn. Verschillende beginbumpers van reclameblokken duren 2 seconden. Het woord “RECLAME” wordt hierbij slechts gedurende 1 seconde getoond in een kleine lettergrootte en vaak niet contrasterend met de achtergrond.

Artikel 79, § 1, van het Mediadecreet schrijft voor dat televisiereclame duidelijk herkenbaar moet zijn en moet kunnen worden onderscheiden van redactionele inhoud.  Reclame moet worden gescheiden van andere onderdelen van het programma met visuele en/of akoestische en/of ruimtelijke middelen. 

Bij de toetsing van een bepaalde uitzending aan artikel 79, § 1, van het Mediadecreet moet telkens in concreto worden nagegaan of de gebruikte middelen om reclame te scheiden van andere onderdelen van het programma, doeltreffend zijn. Bij de beoordeling van deze elementen in een concrete zaak dient mogelijke verwarring bij de kijker als leidraad.

Met het oog op het creëren van een grotere rechtszekerheid heeft de VRM in het verleden een overleg met de sector georganiseerd en op basis daarvan op 23 februari 2015 een standpunt aangenomen over het onderscheid tussen reclame en redactionele inhoud.  Als richtsnoeren met betrekking tot beginbumpers is onder meer het volgende gesteld: “Men kan van een duidelijk herkenbare afbakening van reclame en redactionele inhoud spreken wanneer de beginbumper minstens 5 seconden beeldvullend wordt getoond. Afwijkend hiervan is ook sprake van een duidelijk herkenbare afbakening van reclame en redactionele inhoud wanneer de beginbumper minstens 2 seconden beeldvullend wordt getoond en op de beginbumper het woord “RECLAME” vermeld wordt in een grootte die voor de doorsnee kijker gemakkelijk leesbaar is. […]” 

De VRM besluit dat de getoonde korte beginbumpers waarop het woord “RECLAME” niet voor de volledige duur en evenmin gemakkelijk leesbaar wordt vermeld, niet kunnen worden beschouwd als een duidelijk herkenbare afbakening van reclame en redactionele inhoud, zoals vereist door artikel 79, § 1, van het Mediadecreet. In voorliggend geval wordt niet vermeden dat bij de kijkers verwarring kan ontstaan tussen reclame en andere programmaonderdelen.

Bij het bepalen van de sanctie houdt de VRM er rekening mee dat Njam! inmiddels maatregelen heeft genomen om dergelijke inbreuken in de toekomst te vermijden, dat het een eerste inbreuk van die aard betreft en het beperkte kijkbereik van het omroepprogramma. De VRM besluit Njam! te waarschuwen.

10. VRM tegen VZW Regionale Televisie Vlaams-Brabant-Halle-Vilvoorde - 2017/013

De VRM controleerde de uitzendingen (5 november 2016, 15u-18u) van de particuliere regionale televisieomroeporganisaties, waaronder Ring TV.

Ontbreken sponsoridentificatie

Tijdens de onderzochte periode worden verschillende sponsorvermeldingen uitgezonden die geen sponsoridentificatie bevatten.

Artikel 91, 3°, van het Mediadecreet schrijft voor dat de kijkers duidelijk moeten worden gewezen op het bestaan van een sponsorovereenkomst. Een sponsorvermelding dient daartoe een duidelijk identificerend element te bevatten: een duidelijk logo en/of auditieve en/of geschreven tekst.

Tijdens de informatievergadering op 20 oktober 2014 betreffende commerciële communicatie heeft de VRM de principes overlopen die gelden bij uitzending van onder meer sponsorvermeldingen. Daarbij is met name gewezen op de noodzaak aan een sponsoridentificatie, gelet op het standpunt van de Europese Commissie, hierover.

Bij het bepalen van de sanctie houdt de VRM rekening met het gegeven dat het om een eerste inbreuk gaat en Ring TV verklaart inmiddels maatregelen te hebben genomen om soortgelijke inbreuken in de toekomst te vermijden.

De VRM besluit Ring TV te waarschuwen.

Aanzetten tot consumptie

In de sponsorvermelding voor 'Socialistische Mutualiteit' gaat het niet om een louter imago-ondersteunende boodschap, slogan of baseline van de sponsor. De sponsorvermelding bevat een duidelijk verkoopsbevorderend element. Er is duidelijk sprake van een concreet voordeel van financiële aard waarmee de sponsor potentiële klanten wil overtuigen om aan te sluiten bij de mutualiteit. Daardoor krijgt de sponsorboodschap een wervend karakter, die rechtstreeks aanspoort tot consumptie. Dit wordt door Ring TV niet betwist.

De VRM stelt dat de decreetgever een onderscheid heeft willen maken tussen een sponsorvermelding en een reclameboodschap, die allebei vormen van commerciële communicatie zijn. Dit onderscheid wordt in de parlementaire voorbereiding bij het decreet van 29 juni 2007 als volgt verduidelijkt: “[…] Het onderscheidende criterium is dan ook de boodschap, en niet de vorm, van de sponsorvermelding. Zo kan een sponsorvermelding, in tegenstelling tot een reclameboodschap, geenszins aanzetten tot consumptie. Een louter imago-ondersteunende slogan of baseline van de sponsor voldoet aan [de definitie van sponsoring], omdat deze niet aanzet tot consumptie.”

Uit de memorie van toelichting bij het decreet van 27 maart 2009 betreffende radio-omroep en televisie blijkt dat de decreetgever ervoor gekozen heeft om de bepalingen over sponsoring zoveel mogelijk ongewijzigd te laten ten opzichte van de vorige bepalingen van de decreten betreffende de radio-omroep en de televisie, gecoördineerd op 4 maart 2005. De decreetgever herhaalt het principe: “Sponsoring mag ook niet rechtstreeks tot het kopen of huren van goederen of diensten aanzetten. Het onderscheidend criterium is de boodschap, en niet de vorm van de sponsorvermelding. Zo kan een sponsorvermelding, in tegenstelling tot een reclameboodschap, geenszins aanzetten tot consumptie. Een louter imago-ondersteunende slogan of baseline van de sponsor of van zijn producten of diensten, is toegestaan in de sponsorvermelding, omdat deze niet aanzet tot consumptie.”

Bij het bepalen van de sanctie houdt de VRM rekening met een eerdere sanctionering voor een gelijkaardige inbreuk (beslissing 2015-012). Anderzijds wordt ook rekening gehouden met het feit dat Ring TV maatregelen heeft genomen om dergelijke inbreuken in de toekomst te vermijden.

De VRM besluit een administratieve geldboete van 500 euro op te leggen.

11. VRM tegen VZW Regionale Omroep Brabant - 2017/014

De VRM controleerde de uitzendingen van de particuliere regionale televisieomroeporganisaties (5 november 2016, 15u-18u), waaronder ROB-TV.

Tijdens de onderzochte periode wordt een sponsorboodschap uitgezonden voor een optiekzaak. Deze sponsorvermelding is niet conform regelgeving.

De VRM stelt dat de decreetgever een onderscheid heeft willen maken tussen een sponsorvermelding en een reclameboodschap, die allebei vormen van commerciële communicatie zijn. Dit onderscheid wordt in de parlementaire voorbereiding bij het decreet van 29 juni 2007 als volgt verduidelijkt: “[…] Het onderscheidende criterium is dan ook de boodschap, en niet de vorm, van de sponsorvermelding. Zo kan een sponsorvermelding, in tegenstelling tot een reclameboodschap, geenszins aanzetten tot consumptie. Een louter imago-ondersteunende slogan of baseline van de sponsor voldoet aan [de definitie van sponsoring], omdat deze niet aanzet tot consumptie.”

Uit de memorie van toelichting bij het decreet van 27 maart 2009 betreffende radio-omroep en televisie blijkt dat de decreetgever ervoor gekozen heeft om de bepalingen over sponsoring zoveel mogelijk ongewijzigd te laten ten opzichte van de vorige bepalingen van de decreten betreffende de radio-omroep en de televisie, gecoördineerd op 4 maart 2005. De decreetgever herhaalt het principe: “Sponsoring mag ook niet rechtstreeks tot het kopen of huren van goederen of diensten aanzetten. Het onderscheidend criterium is de boodschap, en niet de vorm van de sponsorvermelding. Zo kan een sponsorvermelding, in tegenstelling tot een reclameboodschap, geenszins aanzetten tot consumptie. Een louter imago-ondersteunende slogan of baseline van de sponsor of van zijn producten of diensten, is toegestaan in de sponsorvermelding, omdat deze niet aanzet tot consumptie.”

De VRM besluit dat het in voorliggend geval niet om een louter imago-ondersteunende boodschap of baseline van de sponsor in kwestie gaat. De sponsorvermelding voor de desbetreffende zaak bevat een duidelijk verkoopsbevorderend element. De sponsorboodschap is bijgevolg niet in overeenstemming met artikel 2, 41°, van het Mediadecreet.

Bij het bepalen van de sanctie houdt de VRM rekening met het gegeven dat het om een eerste inbreuk gaat en dat ROB-TV maatregelen heeft genomen om dergelijke inbreuken in de toekomst te vermijden.

De VRM besluit ROB-TV te waarschuwen.

12. VRM tegen VZW Regionale Televisie Aalst-Dendermonde-Sint-Niklaas, dagelijkse regionale informatie en educatie - 2017/015

De VRM controleerde de uitzendingen van de particuliere regionale televisieomroeporganisaties (5 november 2016, 15u-18u), waaronder TV-Oost.

Tijdens de onderzochte periode wordt een sponsorboodschap uitgezonden voor een meubelzaak. Deze sponsorvermelding is niet conform de regelgeving.

Ontbreken sponsoridentificatie

Vooreerst blijkt de sponsorvermelding geen sponsoridentificatie te bevatten.

Artikel 91, 3°, van het Mediadecreet schrijft voor dat de kijkers duidelijk moeten worden gewezen op het bestaan van een sponsorovereenkomst. Een sponsorvermelding dient daartoe een duidelijk identificerend element te bevatten: een duidelijk logo en/of auditieve en/of geschreven tekst.

Tijdens de informatievergadering op 20 oktober 2014 betreffende commerciële communicatie heeft de VRM de principes overlopen die gelden bij uitzending van onder meer sponsorvermeldingen. Daarbij is met name gewezen op de noodzaak aan een sponsoridentificatie, gelet op het standpunt van de Europese Commissie hierover.

Uit de beelden en het onderzoek blijkt dat de uitgezonden sponsorvermelding geen duidelijk identificerend element als sponsor bevat, wat door TV-Oost erkend wordt.

Aanzetten tot consumptie

De VRM stelt dat de decreetgever een onderscheid heeft willen maken tussen een sponsorvermelding en een reclameboodschap, die allebei vormen van commerciële communicatie zijn. Dit onderscheid wordt in de parlementaire voorbereiding bij het decreet van 29 juni 2007 als volgt verduidelijkt: “[…] Het onderscheidende criterium is dan ook de boodschap, en niet de vorm, van de sponsorvermelding. Zo kan een sponsorvermelding, in tegenstelling tot een reclameboodschap, geenszins aanzetten tot consumptie. Een louter imago-ondersteunende slogan of baseline van de sponsor voldoet aan [de definitie van sponsoring], omdat deze niet aanzet tot consumptie.”

Uit de memorie van toelichting bij het decreet van 27 maart 2009 betreffende radio-omroep en televisie blijkt dat de decreetgever ervoor gekozen heeft om de bepalingen over sponsoring zoveel mogelijk ongewijzigd te laten ten opzichte van de vorige bepalingen van de decreten betreffende de radio-omroep en de televisie, gecoördineerd op 4 maart 2005. De decreetgever herhaalt het principe: “Sponsoring mag ook niet rechtstreeks tot het kopen of huren van goederen of diensten aanzetten. Het onderscheidend criterium is de boodschap, en niet de vorm van de sponsorvermelding. Zo kan een sponsorvermelding, in tegenstelling tot een reclameboodschap, geenszins aanzetten tot consumptie. Een louter imago-ondersteunende slogan of baseline van de sponsor of van zijn producten of diensten, is toegestaan in de sponsorvermelding, omdat deze niet aanzet tot consumptie.”

In voorliggend geval gaat het volgens de VRM niet om een louter imago-ondersteunende boodschap of baseline van de sponsor in kwestie.  De sponsorvermelding voor de desbetreffende zaak bevat duidelijk verkoopsbevorderende elementen. De sponsorboodschap is bijgevolg niet in overeenstemming met artikel 2, 41°, van het Mediadecreet.

Bij het bepalen van de sanctie houdt de VRM rekening met het gegeven dat er telkens sprake is van een eerste inbreuk en dat TV-Oost maatregelen heeft genomen om dergelijke inbreuken in de toekomst te vermijden.

TV-Oost wordt gewaarschuwd voor de beschreven inbreuken op het Mediadecreet.

13. VRM tegen NV SBS Belgium - 2017/016

De VRM controleerde de uitzendingen van diverse televisieomroeporganisaties (3 december 2016, 08u-20u), waaronder VIER.

De VRM stelt vast dat 14 minuten en 7 seconden na het einde van het kinderprogramma ‘Aaahh!! Real Monsters’ een telewinkelprogramma wordt uitgezonden.

Het Mediadecreet bepaalt dat in de onmiddellijke omgeving van kinderprogramma’s geen telewinkelprogramma’s mogen worden uitgezonden. Met onmiddellijke omgeving wordt een tijdsbestek van vijftien minuten voor en na het kinderprogramma bedoeld.

SBS erkent dat de uitzending van het betrokken telewinkelprogramma te vroeg is gestart.

Bij het bepalen van de sanctie houdt de VRM enerzijds rekening met de ernst van de inbreuk en anderzijds met de mate waarin de tijdsspanne van vijftien minuten niet werd nageleefd, de erg beperkte kijkcijfers en reclame-inkomsten evenals het gegeven dat de omroeporganisatie gedurende de laatste jaren geen gelijkaardige inbreuk heeft begaan.

De VRM besluit VIER te waarschuwen.

14. VRM tegen NV SBS Belgium - 2017/017

De VRM controleerde de uitzendingen van verschillende televisieomroeporganisaties (3 december 2016, 08u-20u), waaronder ZES (NV SBS Belgium). 

Commerciële communicatie voor radio Nostalgie

Tijdens de onderzochte periode wordt tussen 8u en 9u de uitzending van radio Nostalgie (NV Vlaanderen Eén) doorgegeven via ZES. 

Het auditieve deel van deze uitzending bevat reclameblokken, jingles en muziekprogramma’s van Nostalgie alsook nieuwsuitzendingen. Visueel worden doorlopend verschillende beeldvullende pancartes getoond met promotionele boodschappen voor de radio-omroepprogramma’s van radio Nostalgie. 

Op deze manier zendt ZES commerciële communicatie uit die niet gemakkelijk als zodanig herkenbaar is. Dit wordt niet betwist door ZES. 

Bij het bepalen van de sanctie houdt de VRM er rekening mee dat het schenden van de scheiding tussen redactionele inhoud en commerciële communicatie steeds als zeer ernstig wordt beschouwd.  Bovendien werd SBS Belgium reeds eerder voor een gelijkaardige inbreuk gesanctioneerd.  
Tegelijk houdt de VRM rekening met het uitzenduur, de beperkte kijkcijfers en reclame-inkomsten. Er wordt ook rekening gehouden met het feit dat het uitzenden van dergelijke commerciële communicatieboodschappen intussen geschorst zou zijn. 

De VRM besluit een administratieve geldboete van 3.000 euro op te leggen. 

Niet conform de regelgeving uitzenden van een sponsorboodschap 

Tijdens de onderzochte periode wordt ook een sponsorvermelding uitgezonden. Deze sponsorvermelding bevat geen duidelijk identificerend element als sponsor. 

Artikel 91, 3°, van het Mediadecreet schrijft voor dat kijkers duidelijk gewezen moeten worden op het bestaan van een sponsoringovereenkomst. Een sponsorvermelding dient daartoe een duidelijk identificerend element te bevatten: een duidelijk logo en/of auditieve en/of geschreven tekst. 

Tijdens een eerdere informatievergadering heeft de VRM de principes overlopen die gelden bij uitzending van onder meer sponsorvermeldingen. Daarbij is met name gewezen op de noodzaak aan een sponsoridentificatie, gelet op het standpunt van de Europese Commissie hierover. 

De omroeporganisatie erkent dat de betroffen sponsorvermelding het sponsorlogo miste. 

Bij het bepalen van de sanctie houdt de VRM rekening met het feit dat SBS Belgium reeds eerder voor een gelijkaardige inbreuk werd gesanctioneerd. Tegelijk houdt de VRM ook rekening met de heel lage kijkcijfers en inkomsten. 

De VRM beslist een geldboete van 1.000 euro op te leggen.

15. VRM tegen NV SBS Belgium - 2017/018

De VRM controleerde de uitzendingen van verschillende televisieomroeporganisaties (20 december 2016, 16u-22u), waaronder VIJF (NV SBS Belgium). 

Tijdens de onderzochte periode wordt een publi-reportage uitgezonden voor Albert Heijn. 

Het Mediadecreet bepaalt dat het aandeel van televisiereclame- en telewinkelspots per klokuur niet meer dan 20% mag bedragen. De regionale en private lineaire televisieomroeporganisaties kunnen publi-reportages uitzenden die niet in aanmerking worden genomen bij de berekening van dit percentage, mits deze in overeenstemming zijn met alle bepalingen van het desbetreffende hoofdstuk uit het Mediadecreet.

Onder publi-reportages wordt begrepen commerciële communicatie die meer tijd in beslag neemt dan reclamespots omdat het accent ligt op redactionele en informatieve inhoud. 

Om van een publi-reportage te kunnen spreken, vereist het Mediadecreet dat het accent ligt op redactionele en informatieve inhoud.

Uit de beelden en het onderzoek van de VRM blijkt dat het accent op informatieve inhoud volledig ontbreekt. Bij de desbetreffende uitzending worden in hoofdzaak sfeerbeelden geschetst. Aan de kijker wordt geen informatie gegeven over de producten van de adverteerder of over hoe men met bepaalde ingrediënten bepaalde gerechten kan maken.

De VRM besluit dan ook dat de uitgezonden boodschap niet als publi-reportage kan worden beschouwd omdat het accent op de informatieve inhoud geheel ontbreekt. De boodschap dient als reclamespot, in dit geval langdurige reclamespot, te worden beschouwd.

Het onterecht aanduiden van een langdurige reclamespot als publi-reportage betekent een inbreuk op het Mediadecreet.

Bijgevolg valt de duurtijd van deze reclamespot onder de toepassing van de uurlimiet voor het uitzenden van televisiereclame- en telewinkelspots. De VRM stelt vast dat VIJF op deze wijze 13 minuten en 55 seconden aan reclame besteedt tussen 19u en 20u, waardoor het maximaal toegelaten percentage zendtijd van 20% voor reclame- en telewinkelspots ruimschoots werd overschreden.

Bij het bepalen van de strafmaat houdt de VRM rekening met het gegeven dat de schending van de uurlimiet voor reclame een zeer ernstige inbreuk is. In dit geval werd de limiet bovendien in ruime mate overschreden. Tegelijk houdt de VRM rekening met de beperkte inkomsten en kijkcijfers. De VRM besluit een administratieve geldboete van 3.000 euro op te leggen.

16. VRM tegen NV MEDIALAAN - 2017/025

De VRM controleerde de uitzending van het VTM-programma ‘Het Weer’ op donderdag 30 maart 2017 (19u50-20u00). 

Bij het begin van het programma wordt een sponsorboodschap getoond voor ‘Kärcher’.

Rechtstreeks koopbevorderende boodschap 

Volgens het Mediadecreet en de parlementaire voorbereidingen mogen sponsorboodschappen niet aanzetten tot consumptie. Door de VRM moet dan ook steeds worden beoordeeld of een sponsorvermelding al dan niet een rechtstreeks koopbevorderende boodschap bevat. 

Uit de beelden en het onderzoek blijkt dat de sponsorvermelding in kwestie wel degelijk promotionele elementen bevat die de kijker aanzetten tot consumptie en hem rechtstreeks aanspoort tot aankoop. 

Kijker duidelijk wijzen op sponsoringovereenkomst

Artikel 91, 3°, van het Mediadecreet schrijft voor dat kijkers duidelijk gewezen moeten worden op het bestaan van een sponsoringovereenkomst. Een sponsorvermelding dient daartoe een duidelijk identificerend element te bevatten: een duidelijk logo en/of auditieve en/of geschreven tekst.

Tijdens een eerdere informatievergadering heeft de VRM de principes overlopen die gelden bij uitzending van onder meer sponsorvermeldingen. Daarbij is met name gewezen op de noodzaak aan een sponsoridentificatie, gelet op het standpunt van de Europese Commissie hierover.

De omroeporganisatie erkent dat de betroffen sponsorvermelding het duidelijk identificerend element van de sponsor mist. 

Beslissing VRM

Bij het bepalen van de sanctie kan de VRM er niet aan voorbijgaan dat Medialaan reeds verschillende gelijkaardige inbreuken heeft begaan die met een administratieve geldboete werden gesanctioneerd.

Gelet op het herhaaldelijk karakter van de inbreuken en het significante marktaandeel van het omroepprogramma, legt de VRM een geldboete op van 10.000 euro

17. VRM tegen NV SBS Belgium - 2017/026

De VRM controleerde de uitzendingen van diverse televisieomroeporganisaties (7 maart 2017, 17u-23u), waaronder VIER.

De VRM stelt vast dat een reclamespot wordt uitgezonden voor ‘Lotus Frangipane’. Hierbij ontbreekt het logo voor commerciële communicatie over suikerhoudend snoepgoed (‘gestileerde afbeelding van een tandenborstel’).

NV SBS Belgium erkent deze inbreuk en schrijft deze toe aan een menselijke vergissing/vergetelheid.

De VRM besluit NV SBS Belgium te waarschuwen voor deze inbreuk.

18. VRM tegen NV Vlaamse Radio- en Televisieomroeporganisatie - 2017/032

De VRM controleerde de uitzendingen van diverse televisieomroeporganisaties (13 april 2017, 17u-23u), waaronder ÉÉN.

De VRM stelt vast dat bij het programma ‘Mag ik u kussen?’ twee sponsorboodschappen worden uitgezonden die niet in overeenstemming zijn met de geldende regelgeving.

Bij de memorie van toelichting bij het decreet van 27 maart 2009 betreffende radio-omroep en televisie herhaalt de decreetgever volgend principe: “Sponsoring mag ook niet rechtstreeks tot het kopen of huren van goederen of diensten aanzetten. Het onderscheidend criterium is de boodschap, en niet de vorm van de sponsorvermelding. Zo kan een sponsorvermelding, in tegenstelling tot een reclameboodschap, geenszins aanzetten tot consumptie. Een louter imago-ondersteunende slogan of baseline van de sponsor of van zijn producten of diensten, is toegestaan in de sponsorvermelding, omdat deze niet aanzet tot consumptie.”

De VRM meent dat de voorliggende sponsorboodschappen verder gaan dan het louter vermelden van een algemeen imago-ondersteunende boodschap van de sponsor in kwestie. De sponsorvermeldingen blijken een wervend karakter te hebben, de kijker wordt rechtstreeks aangespoord tot consumptie.

Bij het bepalen van de sanctie houdt de VRM rekening met het feit dat reeds eerder gelijkaardige inbreuken werden vastgesteld bij VRT.

De VRM besluit een administratieve geldboete van 5.000 euro op te leggen.

19. VRM tegen NV Medialaan - 2017/033

De VRM controleerde de uitzendingen van diverse televisieomroeporganisaties (13 april 2017, 17u-23u), waaronder VTM.

Tijdens de onderzochte periode wordt zowel een sponsorboodschap als een reclamespot voor ‘Kinder’ uitgezonden. In beide gevallen ontbreekt echter het gestileerde logo van een tandenborstel dat overeenkomstig het Mediadecreet moet worden getoond bij commerciële communicatie voor suikerhoudend snoepgoed.

Medialaan betwist de inbreuk niet en wijt deze aan een vergetelheid.

De VRM besluit Medialaan een administratieve geldboete van 2.500 euro op te leggen.

20. VRM tegen NV Medialaan - 2017/034

De VRM controleerde de uitzendingen van diverse televisieomroeporganisaties (3 mei, 18u-24u), waaronder Vitaya (NV Medialaan).

Tijdens de onderzochte periode werden twee reclameblokken uitgezonden waarvan de reclamebeginbumper slechts 1,5 seconde duurt.

Artikel 79, § 1, van het Mediadecreet schrijft voor dat televisiereclame duidelijk herkenbaar moet zijn en moet kunnen worden onderscheiden van redactionele inhoud. Reclame moet worden gescheiden van andere onderdelen van het programma met visuele en/of akoestisch en/of ruimtelijke middelen. 
Het doel van deze bepaling is te vermijden dat er bij de kijkers verwarring ontstaat tussen reclame en andere programmaonderdelen.

Het loutere feit dat van enig visueel en/of akoestisch en/of ruimtelijk middel gebruik wordt gemaakt om de reclame te scheiden van de programma’s, volstaat op zich niet om aan de bepalingen van artikel 79, § 1, van het Mediadecreet te voldoen. De reclame moet door deze afscheiding of afbakening bovendien voor de kijker duidelijk herkenbaar zijn en kunnen worden onderscheiden van de redactionele inhoud. Bij de concrete toetsing van een bepaalde uitzending aan artikel 79, § 1, van het Mediadecreet moet telkens in concreto worden nagegaan of de gebruikte middelen om reclame te scheiden van andere onderdelen van het programma, doeltreffend zijn. Bij de beoordeling van deze elementen in een concrete zaak moet mogelijke verwarring bij de kijker als leidraad dienen.

De beginbumpers waarvan sprake duren telkens slechts 1,5 seconde. Ze worden weliswaar beeldvullend en met vermelding van het woord ‘reclame’ uitgezonden. Dit volstaat echter niet opdat de reclamespots duidelijk herkenbaar zouden zijn en kunnen worden onderscheiden van redactionele inhoud. Door de zeer korte duur van deze bumpers moet de kijker zeer oplettend zijn om de bumpers gezien te hebben. Door de bumpers slechts 1,5 seconde te tonen, flitsen de bumpers en de tekst van het woord ‘reclame’ voor de gemiddelde kijker voorbij waardoor de tekst onvoldoende leesbaar is.

Daardoor wordt in voorliggend geval dan ook niet vermeden dat bij de kijkers verwarring kan ontstaan tussen reclame en andere programmaonderdelen. Het hanteren van dergelijke korte beginbumpers, zelfs beeldvullend en met het woord ‘reclame’ vermeld, zorgt niet voor een duidelijk herkenbare afbakening van reclame en redactionele inhoud.

Bij het bepalen van de sanctie houdt de VRM rekening met het gegeven dat de schending van het principe van scheiding van reclame en redactionele inhoud een ernstige inbreuk betreft, evenals met eerdere gelijkaardige veroordelingen voor de omroeporganisatie. Anderzijds wordt ook rekening gehouden met het lage marktaandeel van het omroepprogramma op het moment van uitzending.

De VRM legt Vitaya een administratieve geldboete van 7.500 euro op.

21. VRM tegen NV Bites Europe - 2017/035

De VRM controleerde de uitzendingen van diverse televisieomroeporganisaties (3 mei, 18u-24u), waaronder CAZ (NV Bites Europe).

Tijdens de onderzochte periode werden drie reclameblokken aangekondigd door een reclamebeginbumper die telkens slechts 1,5 seconden duurt. De tekst ‘reclame’ wordt gedurende de gehele bumper getoond. De tekengrootte waarin de tekst ‘reclame’ wordt getoond, is echter zeer klein waardoor deze tekst voor de gemiddelde kijker niet duidelijk leesbaar is. De tekst wordt daarbij ook deels overlapt door de uitvergroting van de letters van ‘CAZ’.

Artikel 79, § 1, van het Mediadecreet schrijft voor dat televisiereclame duidelijk herkenbaar moet zijn en moet kunnen worden onderscheiden van redactionele inhoud. Reclame moet worden gescheiden van andere onderdelen van het programma met visuele en/of akoestisch en/of ruimtelijke middelen. 
Het doel van deze bepaling is te vermijden dat er bij de kijkers verwarring ontstaat tussen reclame en andere programmaonderdelen.

Het loutere feit dat van enig visueel en/of akoestisch en/of ruimtelijk middel gebruik wordt gemaakt om de reclame te scheiden van de programma’s, volstaat op zich niet om aan de bepalingen van artikel 79, § 1, van het Mediadecreet te voldoen. De reclame moet door deze afscheiding of afbakening bovendien voor de kijker duidelijk herkenbaar zijn en kunnen worden onderscheiden van de redactionele inhoud. Bij de concrete toetsing van een bepaalde uitzending aan artikel 79, § 1, van het Mediadecreet moet telkens in concreto worden nagegaan of de gebruikte middelen om reclame te scheiden van andere onderdelen van het programma, doeltreffend zijn. Bij de beoordeling van deze elementen in een concrete zaak moet mogelijke verwarring bij de kijker als leidraad dienen.

De beginbumpers waarvan sprake duren telkens slechts 1,5 seconde, het woord ‘reclame‘ wordt gedurende de gehele bumper getoond. De tekengrootte waarin de tekst ‘reclame’ wordt getoond, is echter zeer klein en bovendien wordt de tekst daarbij ook deels overlapt door de uitvergroting van de letters van ‘CAZ’. Bijgevolg volstaat de bumper niet opdat de reclamespots duidelijk herkenbaar zouden zijn en kunnen worden onderscheiden van redactionele inhoud, zoals voorgeschreven in artikel 79, § 1, van het Mediadecreet. Door de zeer korte duur van deze bumpers moet de kijker zeer oplettend zijn om de bumpers gezien te hebben. Door de bumpers slechts 1,5 seconde te tonen, flitsen de bumpers en de tekst van het woord ‘reclame’ voor de gemiddelde kijker voorbij waardoor de tekst op zich al onvoldoende leesbaar is. In dit geval wordt de onleesbaarheid nog versterkt door de bijzonder kleine tekengrootte van de tekst ‘reclame’, die daarenboven ook nog deels overlapt wordt door de uitvergroting van de gekleurde letters van ‘CAZ’.

Hierdoor wordt in voorliggend geval dan ook niet vermeden dat bij de kijkers verwarring kan ontstaan tussen reclame en andere programmaonderdelen. Het hanteren van dergelijke korte beginbumpers, zonder dat het woord ‘reclame’ gemakkelijk leesbaar wordt vermeld, zorgt niet voor een duidelijk herkenbare afbakening van reclame en redactionele inhoud.

Bij het bepalen van de sanctie houdt de VRM rekening met het gegeven dat de schending van het principe van scheiding van reclame en redactionele inhoud een ernstige inbreuk betreft, evenals met een eerdere gelijkaardige veroordeling voor de omroeporganisatie. Anderzijds houdt de VRM ook rekening met het zeer lage marktaandeel van het omroepprogramma op het moment van uitzending.

De VRM legt CAZ een administratieve geldboete van 2.500 euro op.

22. VRM tegen BVBA Ment Media - 2017/037

De VRM controleerde de uitzendingen van diverse televisieomroeporganisaties (8 juni 2017, 17u-23u), waaronder MENTtv (BVBA Ment Media).

Tijdens de onderzochte periode wordt het programma ‘Reuzekeuze 10’ tweemaal uitgezonden. Het logo voor productplaatsing wordt getoond aan het begin, na de onderbreking en aan het einde van het programma.

Het programma bestaat uit muziekvideoclips die een presentator aan elkaar praat. Tijdens het programma komt de presentator enkele keren gedurende enkele seconden aan bod.  Bij minstens twee tussenkomsten van de presentator is er sprake van rechtstreeks aansporen tot het bezoeken en tot het doen van aankopen via de website ‘www.reuzekeuze.be’.

Deze website, waar men cd’s en dvd’s kan aankopen, vormt een commerciële activiteit van de BVBA Make Up Your Brand. Ook al heeft de vennootschap BVBA Make Up Your Brand dezelfde aandeelhoudersstructuur als de BVBA Ment Media, het zijn toch twee verschillende rechtspersonen en vennootschappen, met elk hun eigen commerciële activiteiten. Daardoor kan de betrokken website niet als een eigen website van de BVBA Ment Media worden beschouwd.

Overeenkomstig artikel 99 van het Mediadecreet is het omroeporganisaties toegestaan om programma’s uit te zenden die productplaatsing bevatten, tegen betaling dan wel na gratis aanlevering van de betreffende goederen of diensten (zoals bij productiehulp).  Artikel 100, § 1, van het Mediadecreet bepaalt de voorwaarden waaraan programma’s die productplaatsing bevatten, moeten voldoen. Zo mogen programma’s die productplaatsing bevatten niet rechtstreeks aansporen tot aankoop van goederen, in het bijzonder door die producten specifiek aan te prijzen. Bij minstens twee tussenkomsten van de presentator is er sprake van rechtstreeks aansporen tot het bezoeken en tot het doen van aankopen via de website ‘www.reuzekeuze.be’.

MENTtv betwist de vaststellingen van de VRM niet en erkent de overtreding.

Bij het bepalen van de sanctie houdt de VRM rekening met het beperkte marktaandeel van het omroepprogramma. VRM besluit een administratieve geldboete van 1.500 euro op te leggen.

23. VRM tegen NV Medialaan - 2017/039

De VRM controleerde de uitzendingen van diverse televisieomroeporganisaties (1 juli 2017, 16u-22u), waaronder Q2 (NV MEDIALAAN).

Bij het programma ‘The Expendables’ wordt een sponsorboodschap voor het mosselaanbod van Lunch Garden getoond. De VRM besluit dat deze niet in overeenstemming is met de geldende regelgeving.

Uit de definities in artikel 2, 5° en 41°, van het Mediadecreet volgt dat sponsoring een vorm van commerciële communicatie is met als doel om een onderneming, overheid of natuurlijke persoon zijn of haar naam, handelsmerk, imago, activiteiten of producten meer bekendheid te geven.  De definitie in artikel 2, 41°, van het Mediadecreet bevat een aantal verplichtingen waaraan sponsoring dient te voldoen. Indien een als dusdanig bedoelde sponsorboodschap niet aan die verplichtingen voldoet, wordt een inbreuk vastgesteld.

In artikel 91 van het Mediadecreet worden de voorwaarden opgesomd waaraan gesponsorde programma’s moeten voldoen.

Bij de memorie van toelichting bij het decreet van 27 maart 2009 betreffende radio-omroep en televisie herhaalt de decreetgever volgend principe: “Sponsoring mag ook niet rechtstreeks tot het kopen of huren van goederen of diensten aanzetten. Het onderscheidend criterium is de boodschap, en niet de vorm van de sponsorvermelding. Zo kan een sponsorvermelding, in tegenstelling tot een reclameboodschap, geenszins aanzetten tot consumptie. Een louter imago-ondersteunende slogan of baseline van de sponsor of van zijn producten of diensten, is toegestaan in de sponsorvermelding, omdat deze niet aanzet tot consumptie.”

Zoals Medialaan opmerkt, mag een sponsorvermelding ook promotionele elementen bevatten aangezien sponsoring een vorm van commerciële communicatie betreft. Uit de parlementaire voorbereidingen volgt echter duidelijk dat, in geval van sponsoring, de voorwaarde echter wel blijft dat die promotionele elementen niet mogen aanzetten tot consumptie. De toegelaten bewoordingen in een sponsorvermelding zijn dan ook niet beperkt tot een louter imago-ondersteunende slogan of baseline. Waar de decreetgever dit soort slogans aanhaalt, is dit slechts ter illustratie van toegelaten bewoordingen in een sponsorvermelding die niet aanzetten tot consumptie.

In een concreet geval moet door de VRM steeds feitelijk worden beoordeeld of een sponsorvermelding al dan niet een rechtstreeks koopbevorderende boodschap bevat.

Uit de beelden en het onderzoek blijkt dat de sponsorvermelding in kwestie een wervend karakter heeft, de kijker rechtstreeks aanspoort tot aankoop en niet beantwoordt aan de bepalingen van artikel 2, 41°, van het Mediadecreet.

Bij het bepalen van de sanctie kan de VRM er niet aan voorbijgaan dat Medialaan reeds herhaaldelijk gelijkaardige inbreuken heeft begaan die telkens met een administratieve geldboete werden gesanctioneerd.  Gelet op het herhaaldelijk karakter van de inbreuken, het uitzenden van de spot in prime time als aan het begin van het mosselseizoen legt de VRM een administratieve geldboete van 10.000 euro op.

24. VRM tegen NV Medialaan - 2017/040 

De VRM controleerde de uitzendingen van Familie (VTM – 26-28 juni 2017).

Bij elke aflevering wordt aangegeven dat het programma productplaatsing bevat door het tonen van het PP-logo bij de aanvang, na de onderbreking en aan het einde van het programma.

Uit de beelden en het onderzoek blijkt dat het bezoek aan het pretpark Walibi in de afleveringen van 26 en 27 juni uitsluitend op een aantrekkelijke wijze wordt getoond. Tijdens deze beelden wordt het pretpark en verschillende attracties daarenboven auditief aangeprezen.

De VRM is van mening dat er sprake is van rechtstreekse aansporing voor de kijker. De regelgeving met betrekking tot productplaatsing laat dit echter niet toe. Bovendien is er ook sprake van overmatige aandacht voor het park en de attracties. Ook dit is niet toegestaan binnen de bepalingen van het Mediadecreet.

De VRM oordeelt dat het een ernstige inbreuk betreft die bovendien voortduurt in twee opeenvolgende afleveringen. Het programma wordt in prime time uitgezonden en weet een groot aantal kijkers te bereiken. De VRM besluit een geldboete van 10.000 euro op te leggen.

25. VRM tegen NV Dobbit - 2017/041

De VRM controleerde de uitzendingen van diverse televisieomroeporganisaties (1 juli 2017, 16u-22u), waaronder Dobbit TV (NV Dobbit).

Tijdens de onderzochte periode wordt bij het programma ‘Mijn Tuin’  een sponsorboodschap uitgezonden voor een dakgotenbedrijf.

De sponsorboodschap duurt 5 seconden en toont een pancarte waarop een foto van een dakgoot, een tekening, het logo van het dakgotenbedrijf en de slogan ‘handige dakgootsystemen’ vermeld worden. Gedurende de gehele boodschap wordt een sponsoridentificatie getoond.

Op de pancarte worden visueel ook enkele voordelen opgesomd: ‘UW VOORDELEN’: ‘Kwaliteitsproduct’, ‘Eenvoudige montage’, ‘Scherpe prijzen’, ‘Snelle levering’, ’15 jaar garantie’, ‘vernieuwde webshop’.

Het onderzoek en de beelden tonen aan dat de uitgezonden sponsorboodschap een uitgebreide opsomming bevat, zowel op visuele als op auditieve wijze, van de vele voordelen van de dakgootsystemen van het dakgotenbedrijf. De sponsorvermelding gaat verder dan het louter vermelden van een algemene imago-ondersteunende boodschap van de sponsor en bevat meer dan de naam van de sponsor, de handelsnaam, het logo, het product, de naam van het product, de dienst of de naam van de dienst. Het specifiek vermelden en opsommen van voordelen van een bepaald product, zoals in voorliggend geval, is een vorm van specifiek aanprijzen dat de kijker rechtstreeks aanzet tot consumptie. Dit wordt door Dobbit niet betwist.

De sponsorvermelding heeft aldus een wervend karakter, spoort de kijker rechtstreeks aan tot aankoop en beantwoordt niet aan de bepalingen van artikel 2, 41°, van het Mediadecreet.

Bij het bepalen van de sanctie houdt de VRM rekening met het gegeven dat dergelijke inbreuk voor het eerst wordt vastgesteld bij Dobbit. Dobbit geeft bovendien aan bijkomende inspanningen te leveren opdat de geldende mediaregelgeving zou worden gerespecteerd.

De VRM besluit Dobbit TV te waarschuwen voor deze inbreuk.

26. VRM tegen NV Studio 100 TV - 2017/042

De VRM controleerde de uitzenden van diverse televisieomroeporganisaties (2 augustus 2017, 08u-20u), waaronder Studio100 TV.

Tijdens de onderzochte periode wordt het programma ‘K3 – Pina Colada – Het unieke k3 recept’ twee keer uitgezonden. In het programma maken de meisjes van K3 een ‘pina colada’ volgens hun eigen recept. Bij de toevoeging van het vanille-ijs wordt het logo van ‘Ijsboerke’ duidelijk in beeld gebracht. Ook tijdens het blenden blijft de doos vanille-ijs met het logo duidelijk zichtbaar. Het logo van ‘Ijsboerke’ wordt ongeveer tien seconden duidelijk in beeld gebracht.

Het betreffende programma is een programma dat productplaatsing bevat. Studio 100 betwist dit niet. Echter wordt de kijker hiertoe niet gewaarschuwd op de decretaal vereiste wijze.  Het logo voor productplaatsing wordt noch aan het begin, noch aan het einde van het programma getoond.

Bij het bepalen van de sanctie houdt de VRM rekening met het gegeven dat het om een eerste inbreuk gaat, evenals met het beperkte bereik van het omroepprogramma.

De VRM besluit Studio100 TV te waarschuwen.

27. VRM tegen NV Vlaamse Radio- en Televisieomroeporganisatie - 2017/046

De VRM controleerde de uitzending van ‘Dagelijkse Kost’ (19 september 2017). Het programma bevat productplaatsing voor o.a. ‘Pur Natur’, een merk met producten als yoghurt, melk, room en ijs.

De VRM stelt vast dat gedurende vier minuten van het veertien minuten durende programma, er een prominente en constante aanwezigheid is van het product ‘Pur Natur’ in het midden van het werkblad. Het logo wordt hierbij bijna onafgebroken duidelijk zichtbaar en centraal in beeld gebracht. Hierdoor is sprake van overmatige aandacht. De VRT overtreedt bijgevolg het Mediadecreet m.b.t. het uitzenden van productplaatsing.

Bij het bepalen van de sanctie houdt de VRM rekening met het feit dat het programma in prime time werd uitgezonden en het groot aantal bereikte kijkers. De VRM besluit een administratieve geldboete van 10.000 euro op te leggen.

28. VRM tegen NV Belgian Business Television - 2017/047

De VRM controleerde de uitzendingen van diverse televisieomroeporganisaties (4 september 2017, 17u-23u), waaronder Kanaal Z.

Tijdens de onderzochte periode wordt tweemaal eenzelfde aflevering van het programma “BOUW.TV” uitgezonden.

In het desbetreffende programma is productplaatsing aanwezig. De productplaatsing blijkt uit de talrijke visuele en auditieve vermeldingen van de belichte merken en bedrijven (aan bod komen onder meer Volkswagen, Devako Machinery, Iveco, Hyundai, Quality Pumps, TLS en Isuzu). Bij aanvang en aan het einde van het programma is ook het PP-logo aangebracht.

Artikel 100, § 1, van het Mediadecreet bepaalt de voorwaarden waaraan programma’s die productplaatsing bevatten, moeten voldoen. Zo mogen dergelijke programma’s onder meer niet rechtstreeks aansporen tot aankoop van goederen, in het bijzonder door die producten specifiek aan te prijzen, noch mogen de producten in kwestie overmatige aandacht krijgen.

De VRM stelt vast dat er een loutere positieve belichting is van de merken en bedrijven, dit door lovende commentaren (zoals bijvoorbeeld “Volkswagen heeft voor elke toepassing de juiste oplossing” – “Het gamma is bijzonder ruim qua basisvarianten en aandrijvingen” ...). Daarenboven wordt gebruik gemaakt van een promotioneel ondersteunende beeldvorming; met behulp van fragmenten uit bedrijfsfilmpjes worden de merken en bedrijven gunstig belicht. De verwevenheid tussen redactionele inhoud en commerciële communicatie is de facto totaal.

De bedrijven en merken die aan bod komen krijgen nagenoeg alle aandacht, dit op een zodanige manier (onder meer door visuele en auditieve vermeldingen, gebruik van close-up, lovende commentaren) dat de omroeporganisatie de limieten van de aandacht overschrijdt die in geval van productplaatsing mag worden besteed. Er is dan ook sprake van overmatige aandacht.

Bij het bepalen van de sanctie houdt de VRM enerzijds rekening met de ernst van de inbreuk maar anderzijds ook met het beperkte marktaandeel van de omroeporganisatie en het klein aantal kijkers dat bereikt werd. De VRM besluit een boete van 1.250 euro op te leggen.

29. VRM tegen NV Medialaan - 2017/048

De VRM controleerde de uitzendingen van diverse televisieomroeporganisaties (4 september 2017, 17u-23u), waaronder VTM.

Tijdens de onderzochte periode worden sponsorboodschappen voor ‘Albert Heijn’ uitgezonden.

Volgens het Mediadecreet en de parlementaire voorbereidingen mogen sponsorboodschappen niet aanzetten tot consumptie. Door de VRM moet steeds worden beoordeeld of een sponsorvermelding al dan niet een rechtstreeks koopbevorderende boodschap bevat.

Uit de beelden en het onderzoek blijkt dat de sponsvermelding in kwestie een wervend karakter heeft en de kijker rechtstreeks aanspoort tot aankoop. Bijgevolg is deze niet in overeenstemming met het Mediadecreet.

Bij het bepalen van de sanctie kan de VRM niet voorbijgaan aan het gegeven dat Medialaan reeds herhaaldelijk gelijkaardige inbreuken heeft begaan. Bovendien wordt de sponsorboodschap uitgezonden in prime time. De VRM besluit een administratieve geldboete van 10.000 euro op te leggen.