Korte samenvatting van de beslissing:
De onderzoekscel van de VRM heeft de online video’s van Stien Edlund, op de platformdiensten Instagram, TikTok en YouTube aan een onderzoek onderworpen, dit in de periode van 1 april 2026 tot en met 30 april 2026.
Het monitoringsonderzoek had betrekking op volgende profielen en kanalen:
- ‘stienedlund’ (Instagram, TikTok en YouTube)
Aanleiding voor het onderzoek waren indicaties dat commerciële communicatie opnieuw niet gemakkelijk als zodanig herkenbaar werd gemaakt in door Stien Edlund online geplaatste video’s, zoals eerder werd vastgesteld bij VRM-beslissing nr. 2025/025.
Beslissing van de VRM:
Uit het onderzoeksrapport blijkt dat Stien Edlund tijdens de onderzochte periode drie video’s met commerciële communicatie online heeft geplaatst waarbij de drie elementen uit het CCP telkens niet cumulatief aanwezig waren.
Stien Edlund ontkent niet dat er in de betrokken video’s sprake is van commerciële communicatie en betwist de vaststellingen van de onderzoekscel m.b.t. de drie voorliggende video’s als dusdanig niet.
Wat de herkenbaarheid van de betrokken commerciële communicatie betreft, wordt in de drie betrokken video’s weliswaar telkens het woord “publiciteit” vermeld, maar deze vermelding staat niet aan het begin van de beschrijving. Daardoor is deze vermelding voor de kijkers niet bij de eerste oogopslag duidelijk zichtbaar. De kijker dient immers eerst zelf een concrete actie uit te voeren, namelijk op de beschrijving of ‘…’ klikken, alvorens de vermelding zichtbaar wordt. Om duidelijk te wijzen op de aanwezigheid van commerciële communicatie, dient een aanduiding echter duidelijk zichtbaar te zijn op het ogenblik dat de video begint te spelen.
De betrokken merken werden wel vermeld in de video’s, maar dit volstaat niet om de commerciële communicatie in deze video’s gemakkelijk als zodanig herkenbaar te maken. In geen enkele van de video’s werd de platform disclosure-functionaliteit geactiveerd.
De VRM besluit dat Stien Edlund bij de drie betreffende video’s die zij tijdens de onderzochte periode online heeft geplaatst, commerciële communicatie niet als dusdanig gemakkelijk herkenbaar heeft gemaakt. Bijgevolg heeft zij de bepalingen van artikel 53 van het Mediadecreet geschonden.
Bij het bepalen van de sanctie wordt enerzijds rekening gehouden met het gegeven dat Stien Edlund wel bepaalde vermeldingen had gebruikt die op zich wijzen op commerciële communicatie en zij heeft verklaard toekomstige commerciële communicatie conform de richtlijnen te zullen weergeven. Anderzijds houdt de VRM er rekening mee dat het gaat om ernstige inbreuken en dat Stien Edlund bij VRM-beslissing nr. 2025/025 reeds werd gewaarschuwd voor soortgelijke inbreuken, zodat er op korte termijn sprake is van recidive.
De VRM besluit Stien Edlund een administratieve geldboete van 1.500 euro op te leggen.