3.1. Zwaartepunt beslissingen algemene kamer bij 'commerciële communicatie'

Het zwaartepunt van de beslissingen van de algemene kamer lag het afgelopen jaar bij ‘commerciële communicatie’.  Een minderheid van de beslissingen (in casu 11 beslissingen)  handelde niet over commerciële communicatie.

3.1.1. Beslissingen aangaande commerciële communicatie

Het merendeel van de beslissingen van de algemene kamer handelde over commerciële communicatie. In bepaalde gevallen werd geen inbreuk op het Mediadecreet vastgesteld omdat de omroeporganisaties zich konden beroepen op decretaal voorziene uitzonderingsgronden (beslissingen 2011/006 – 2011/026 – 2011/027). In andere gevallen werd wel een sanctie uitgesproken. Deze sanctie varieerde van een waarschuwing tot een administratieve geldboete.

Een klacht werd niet ontvankelijk verklaard omdat ze te laat was ingediend (beslissing 2011/015).

Drie beslissingen betroffen de vraag wanneer een uitzending als telewinkelen kan beschouwd worden (beslissingen 2011/001 – 2011/003 – 2011/028).

De overige beslissingen belichten een brede waaier van aspecten binnen het kader van commerciële communicatie, zoals sponsorvermeldingen die aansporen tot aankoop (beslissing 2011/031), sponsorvermeldingen bij het journaal (beslissingen 2011/020 – 2011/032), alleenstaande reclameboodschappen (beslissingen 2011/006 – 2011/018 – 2011/026 – 2011/027 – 2011/031), het percentage zendtijd besteed aan reclame (beslissing 2011/013).

Dat de VRM veel belang blijft hechten aan de herkenbaarheid van commerciële communicatie blijkt uit het gegeven dat de meeste beslissingen die bezorgdheid als voorwerp hebben (beslissingen 2011/002 – 2011/005 – 2011/008 – 2011/020 - 2011/022 – 2011/23 – 2011/024 – 2011/028 – 2011/029 - 2011/032 – 2011/034).

3.1.2. 11 beslissingen die niet handelen over commerciële communicatie

Er werden in 2011 acht beslissingen genomen in radio-gerelateerde zaken, waarbij in één zaak beslist werd om een voorlopige maatregel op te leggen en de zendvergunning wegens een ongeoorloofde verhuis te schorsen (beslissing 2011/012 – VZW Nieuwsradio).

Drie andere beslissingen waren het gevolg van een klachtenprocedure waarbij twee zaken bestonden uit een klacht van een particulier tegen een dienstenverdeler.

In één van deze zaken werd de procedure stopgezet omdat ze zonder voorwerp geworden was (beslissing 2011/004 – Telenet).

In de tweede zaak kreeg de dienstenverdeler een administratieve geldboete van 2.000 euro opgelegd wegens een verboden wijziging van het basisaanbod.  De dienstenverdeler had namelijk de omroepprogramma’s  van de Nederlandse openbare omroeporganisatie uit het basisaanbod geschrapt (beslissing 2011/007 – Coditel/Numericable). In het verweer gaf de dienstenverdeler aan dat de omroepprogramma’s van de Nederlandse openbare omroeporganisatie beschikbaar waren voor de digitale kijkers. De dienstenverdeler merkt daarbij op dat het Mediadecreet nergens bepaalt dat de omroepprogramma’s analoog of digitaal moeten worden doorgegeven. De VRM is echter van oordeel dat ‘het basisaanbod van een dienstenverdeler’ gelezen moet worden als het ‘goedkoopste’ aanbod van de dienstenverdeler. Hierbij dient niet alleen rekening te worden gehouden met de abonnementsprijs maar ook met de gangbare kost voor de aanschaf, huur, activering en/of installatie van technische apparatuur die noodzakelijk is om de programma’s te kunnen bekijken. Dit betekent concreet voor deze dienstenverdeler dat het basisaanbod overeenkomt met het analoge aanbod. De dienstenverdeler is bijgevolg verplicht om de televisieomroepprogramma’s van de Nederlandse openbare omroeporganisatie door te geven via het analoge basisaanbod. De dienstenverdeler vecht deze beslissing echter aan voor de Raad van State.

De derde klachtenprocedure betrof een klacht van NV Vlaamse Media Maatschappij (VMMa) tegen de VRT omdat deze het sportgedeelte uit haar ‘Journaal’ knipt om dit als afzonderlijk fragment aan te bieden op ‘Videozone’, een dienst verspreid via internet, die onder meer toegankelijk is via de website sporza.be (beslissing 2011/030). In de Videozone bevinden zich fragmenten van het VRT-Journaal waarin onder andere korte berichtgeving verwerkt is (in casu korte wedstrijdverslagen uit de Jupiler Pro League). VMMa bezit exclusieve rechten op de samenvattingen van de wedstrijden uit de Jupiler Pro League en vindt zich benadeeld door het feit dat deze fragmenten op die wijze beschikbaar worden gesteld. De VRM onderzocht de klacht en stelde vast dat de VRT het Mediadecreet schond. Volgens de toezichthouder blijkt uit de voorbereidende werken dat de decreetgever beoogde dat omroeporganisaties een programma dat al lineair werd uitgezonden en korte nieuwsverslagen bevat, ook op aanvraag kunnen aanbieden, zij het dat het gaat om hetzelfde, identieke en integrale programma. Dit was niet het geval aangezien het oorspronkelijk uitgezonden programma bewerkt werd en ingekort en feitelijk overeenstemt met een nieuw businessmodel op aanvraag op basis van fragmenten. De VRM waarschuwde de VRT dan ook voor de inbreuk en beval de overtreding stop te zetten.