Korte samenvatting van de beslissing:
De VRM controleerde de uitzendingen van de particuliere regionale televisieomroeporganisaties (2 november 2025, 17u-20u). Het betrof onder meer de uitzendingen van het omroepprogramma RTV.
De uitzendingen van RTV omvatten een programmatie in lusvorm waarbij meermaals dezelfde programma’s worden uitgezonden.
Tijdens de onderzochte periode wordt meermaals een sponsorboodschap uitgezonden voor een elektrozaak. Volgens de onderzoekscel van de VRM bevat de sponsorvermelding een specifiek promotioneel element dat duidelijk tot consumptie aanspoort.
Beoordeling door de VRM:
Sponsoring is een vorm van commerciële communicatie met als doel om een publieke of particuliere onderneming of natuurlijke persoon zijn of haar naam, handelsmerk, imago, activiteiten of producten meer bekendheid te geven (artikel 2, 5° en 41°, van het Mediadecreet).
Gesponsorde omroepdiensten en programma’s moeten evenwel voldoen aan bepaalde voorwaarden (artikel 91 van het Mediadecreet). Ook sponsorvermeldingen dienen te voldoen aan deze definitie en voorwaarden.
Eén van die voorwaarden waaraan een sponsorvermelding dient te voldoen, bepaalt dat zij niet rechtstreeks mag aansporen tot aankoop of huur van goederen of diensten, in het bijzonder door die goederen of diensten specifiek aan te prijzen (artikel 91, eerste lid, 2°, van het Mediadecreet). Hierbij heeft de decreetgever meermaals toegelicht dat een sponsorvermelding zich op promotioneel vlak bijgevolg moet beperken tot het verhogen van naam-, merk- of productbekendheid. Anders dan bij reclame is terughoudendheid vereist bij deze vorm van commerciële communicatie.
De VRM dient dus steeds in concreto te beoordelen, op basis van het geheel van voorliggende feiten, of een sponsorvermelding al dan niet een rechtstreeks koopbevorderende boodschap bevat.
De VRM beoordeelt dat de betroffen sponsorvermelding een duidelijk rechtstreeks koopbevorderend element bevat, waardoor zij een wervend karakter krijgt en rechtstreeks aanspoort tot consumptie. Dit houdt een inbreuk in op artikel 91, eerste lid, 2°, van het Mediadecreet.
Bij het bepalen van de sanctie stelt de VRM vast dat de omroeporganisatie de voorbije jaren geen gelijkaardige inbreuken heeft begaan. De VRM houdt er ook rekening mee dat RTV onmiddellijk corrigerende maatregelen heeft genomen.
De VRM besluit RTV te waarschuwen voor deze inbreuk op het Mediadecreet.