Korte samenvatting van de beslissing:
De onderzoekscel van de VRM heeft de online video’s van Véronique De Kock op de platformdienst Instagram aan een onderzoek onderworpen, dit in de periode 4 november – 30 november 2025.
Het monitoringsonderzoek had betrekking op het volgende profiel:
- ‘veroniquedekock’ (Instagram)
Aanleiding voor het onderzoek waren indicaties dat commerciële communicatie niet gemakkelijk als zodanig herkenbaar werd gemaakt in eerdere door Véronique De Kock online geplaatste video’s op dit platform.
Reeds eerder (10 mei 2023, 12 september 2023 en 2 februari 2024) werd Véronique De Kock door de onderzoekscel van de VRM gecontacteerd naar aanleiding van door haar online geplaatste video’s waarin mogelijk commerciële communicatie niet gemakkelijk als zodanig herkenbaar werd gemaakt. Daarbij werd telkens duidelijk gewezen op de betreffende verplichtingen uit het Mediadecreet en werd ook verwezen naar de VRM-website voor meer informatie rond de regelgeving en meer bepaald het ‘Content Creator Protocol’ van de VRM.
Beoordeling en beslissing van de VRM:
Uit het onderzoeksrapport van de onderzoekscel van de VRM blijkt dat Véronique De Kock beschouwd dient te worden als een Vlaamse omroeporganisatie die onderworpen is aan de verplichtingen uit het Mediadecreet, met name bij het aanbieden van commerciële communicatie.
Uit het onderzoeksrapport blijkt dat Véronique De Kock tijdens de onderzochte periode drie video’s met commerciële communicatie online heeft geplaatst waarbij de drie elementen uit het CCP telkens niet cumulatief aanwezig waren.
Véronique De Kock ontkent niet dat er in deze video’s sprake is van commerciële communicatie en betwist de vaststellingen van de onderzoekscel met betrekking tot de drie voorliggende video’s als dusdanig niet.
Wat de herkenbaarheid van de betrokken commerciële communicatie betreft, dient te worden vastgesteld dat in de voorliggende video’s weliswaar elementen voorhanden zijn die op de aanwezigheid van commerciële communicatie wijzen, maar dat deze telkens niet voldoende zijn.
Bij twee van de drie betrokken video’s werd de vermelding “AD” of “#Ad” toegevoegd, wat niet volstaat om de commerciële communicatie in deze video’s gemakkelijk als zodanig herkenbaar te maken in de zin van artikel 53 van het Mediadecreet. Een dergelijke afkorting is immers onduidelijk en geeft dus niet op heldere wijze aan dat er sprake is van een ‘advertentie’ of commerciële communicatie. De vermelding “#Ad” werd bovendien pas zichtbaar achteraan de beschrijving tussen andere hashtags.
In een andere video wordt weliswaar het volledige woord “advertentie” gebruikt, maar deze vermelding is voor de kijkers niet duidelijk zichtbaar. Zij zit immers bijna volledig verborgen achter de profielfoto, zodat zij geenszins van aard is om door de kijkers te worden opgemerkt als een aanduiding van het commerciële karakter van de aldus gelabelde video. De manier waarop het label “advertentie” hier wordt gehanteerd, volstaat bij deze video dan ook niet om de betrokken commerciële communicatie gemakkelijk als zodanig herkenbaar te maken voor de kijkers en de volgers.
In de voorliggende video’s werden de betrokken merken wel vermeld, geen enkele keer werd de platform disclosure-functionaliteit geactiveerd.
De VRM besluit dat Véronique De Kock, bij de drie betreffende video’s die zij tijdens de onderzochte periode online heeft geplaatst, commerciële communicatie niet als dusdanig gemakkelijk herkenbaar heeft gemaakt. Bijgevolg heeft ze de bepalingen van artikel 53 van het Mediadecreet geschonden.
Bij het bepalen van de sanctie wordt rekening gehouden met het gegeven dat dergelijke inbreuk voor het eerst bij VRM-beslissing wordt vastgesteld bij Véronique De Kock.
De VRM besluit Véronique De Kock te waarschuwen.