Korte samenvatting van de beslissing:
De VRM ontving een klacht tegen NV Vlaamse Radio- en Televisieomroeporganisatie (VRT). De klacht heeft betrekking op de uitzending van ‘De MIA’s (Music Industry Awards) 2025’ op 4 februari 2026 op VRT1. Volgens de klager werd daarbij een expliciet vijandige uitlating (“Fuck Vlaams Belang” – door artiest ‘Baloji’) tegen één politieke partij en ideologische strekking uitgezonden, zonder afbakening, context of distantiëring.
Beoordeling door de VRM:
Bevoegdheid van de VRM:
De bevoegdheid van de kamer voor onpartijdigheid en bescherming van minderjarigen is vastgelegd in artikel 218, § 3, eerste lid, van het Mediadecreet. Deze bepaling geeft aan dat de kamer uitspraak kan doen over geschillen die gerezen zijn naar aanleiding van de toepassing van een aantal specifieke artikelen uit het Mediadecreet, waaronder artikel 38 en 39.
De klager geeft duidelijk aan dat zijn klacht gesteund is op vermeende schendingen van deze verbodsbepalingen op discriminatie en aanzetten tot haat en geweld, maar verwijst ook naar de openbare-omroepopdracht van VRT, omschreven in artikel 6 van het Mediadecreet en verder aangevuld in de beheersovereenkomst tussen de Vlaamse Gemeenschap en VRT (overeenkomstig artikel 17 van het Mediadecreet).
Het behoort niet tot de bevoegdheid van deze kamer om toezicht te houden op de naleving van deze laatstgenoemde bepalingen en de beheersovereenkomst tussen VRT en de Vlaamse Gemeenschap. De voorliggende klacht wordt dan ook enkel verder in aanmerking genomen voor zover de klacht betrekking heeft op vermeende schendingen van artikel 38 en artikel 39 van het Mediadecreet.
Ontvankelijkheid van de klacht:
Om ontvankelijk te zijn, moet een bij de VRM ingediende klacht aan een aantal voorwaarden voldoen. Blijk geven van benadeling of een belang is volgens artikel 220, § 2, van het Mediadecreet een uitdrukkelijke voorwaarde voor de ontvankelijkheid van een klacht bij deze kamer. Artikel 12, eerste lid, 3°, van het Procedurebesluit bepaalt nader dat een klacht, om ontvankelijk te zijn, het belang van de klagende partij bij het indienen van een klacht moet aangeven.
Een klagende partij moet aantonen over een persoonlijk belang te beschikken dat specifieker is dan het algemeen belang of het belang van elke burger. Zij (of degene die zij vertegenwoordigt) dient het slachtoffer te zijn van of persoonlijk benadeeld te worden door de uitzending die wordt aangeklaagd.
Als politiek mandataris, Vlaams volksvertegenwoordiger voor Vlaams Belang, beschikt de klager over een belang bij de wijze waarop over zijn partij in de media wordt bericht. Dit is met name het geval ten aanzien van de voorliggende uitspraak, waarin zijn partij expliciet wordt benoemd.
Het belang dat door de klager wordt ingeroepen verschilt bijgevolg van het belang dat elke kijker heeft ten aanzien van de naleving van het verbod op aanzetten tot haat en geweld bij omroepactiviteiten en het discriminatieverbod in programma’s.
De klager geef aldus blijk van voldoende benadeling of belang bij het indienen van de klacht. De ingediende klacht is ontvankelijk.
Ten gronde:
Ten gronde dient te worden beoordeeld of er door de uitzending, met name de uitspraak “Fuck (de) Vlaams Belang” van Baloji, schendingen van artikel 38 of 39 van het Mediadecreet hebben plaatsgevonden.
Wat artikel 38 van het Mediadecreet betreft, heeft het Grondwettelijk Hof een sterk beperkende interpretatie gegeven aan ‘aanzetten tot discriminatie, haat en geweld’. Er moet met name worden aangetoond dat bewust en kwaadwillig (i.e. bijzonder opzet) wordt aangezet tot haat of geweld.
Artikel 39 van het Mediadecreet schrijft voor dat er een evenwicht moet zijn in het aan bod komen van verschillende filosofische of ideologische strekking of opiniestromingen in de programma’s.
Bij de beoordeling of door de uitzending van de betreffende uitspraak de grenzen van de vrijheid van meningsuiting uit artikel 38 of artikel 39 van het Mediadecreet werden overschreden, dient niet alleen te worden gekeken naar de inhoud van de uitspraak zelf, maar met name ook naar de context en de omstandigheden waarin ze is gedaan, met inachtneming van de pertinentie- en proportionaliteitsaspecten.
In de eerste plaats is het van belang dat de gewraakte uitspraak duidelijk een politieke uiting en een politiek statement betreft. Niet alleen wordt de politieke partij Vlaams Belang bij naam genoemd, Baloji geeft ook expliciet aan dat de uitspraak zich binnen de politieke sfeer situeert. Het gegeven dat hier sprake is van een politieke uiting, impliceert dan ook, in lijn met de rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM), dat een hoge drempel voor inperking moet gelden met het oog op het kunnen blijven voeren van het maatschappelijke debat.
De inhoud van de boodschap “Fuck Vlaams Belang” kan als kwetsend, beledigend of aanstootgevend worden ervaren door een deel van de bevolking, met name voor een Vlaams volksvertegenwoordiger voor Vlaams Belang, zoals de klager. Het gebruik van het woord “fuck” kan als aanstootgevend worden ervaren, maar volstaat geenszins om in voorliggend geval te kunnen spreken van aanzetten tot haat of geweldplegingen.
Met name binnen de ‘hiphop’-cultuur, waar Baloji deel van uitmaakt, is het gebruik van het woord, zeer gangbaar om een boodschap te versterken of frustratie over te brengen. In dat opzicht is het dan ook niet buitengewoon dat Baloji het woord in de mond neemt om zijn ongenoegen te laten blijken, zonder daarbij te wijzen op een bijzondere wil om aanhangers van Vlaams Belang bloot te stellen aan discriminatie, haat of geweld.
Ook de context en de omstandigheden waarin de uitspraak in kwestie is gedaan zijn niet van aard om alsnog te doen besluiten dat in voorliggend geval de grenzen van de politieke expressievrijheid door Baloji werden overschreden. De uitspraak is gedaan tijdens een award show en het is zeker niet ongewoon of onverwacht dat een artiest of een prijsuitreiker van de gelegenheid en het podium gebruik maakt om een (politiek) statement te maken. In dezelfde uitzending van ‘De MIA’s 2025’ is dit meermaals gebeurd.
Gelet op voorgaande elementen is niet aangetoond dat Baloji met de gewraakte uitlating de intentie had om bewust en kwaadwillig aan te zetten tot haat of gewelddadig gedrag tegenover (leden of vertegenwoordigers van) Vlaams Belang.
Ook blijkt niet of wordt aannemelijk gemaakt, dat er in hoofde van VRT bij het uitzenden van het programma, sprake was van enig opzet of intentie tot het aanzetten van haat of geweld zoals bedoeld in artikel 38 van het Mediadecreet. Baloji is geen VRT-medewerker. Hij zou het statement op eigen initiatief hebben gemaakt, zonder dat VRT hiervan vooraf op de hoogte was. Anders dan de klager aanvoert, kan dergelijk opzet in ieder geval ook niet worden afgeleid louter uit het gegeven dat de rechtstreeks uitzending van ‘De MIA’s 2025’ met een kleine vertraging is uitgezonden, en VRT dus zou hebben kunnen ingrijpen (hetgeen VRT overigens sterk lijkt te nuanceren).
Evenmin is er door het uitzenden van het programma, en de gewraakte uitlating in het bijzonder, sprake van discriminatie in de zin van artikel 39 van het Mediadecreet. In de eerste plaats is het programma ‘De MIA’s 2025 (Music Industry Awards)’ geen informatief programma of programma met informatieve inslag, waardoor artikel 39, tweede lid, van het Mediadecreet in voorliggend geval dan ook niet van toepassing is. Verder volstaat het gegeven dat de inhoud van de uitspraak in kwestie als denigrerend of schokkend kan worden ervaren, ook niet om vast te stellen dat er sprake zou zijn van discriminatie tussen de verschillende ideologische of filosofische strekkingen, of dat er door het uitzenden van dit programma sprake zou zijn van een gebrek aan evenwicht in het programma-aanbod, in de zin van artikel 39, eerste lid, van het Mediadecreet.
De bepalingen van artikel 38 en 39 van het Mediadecreet worden bijgevolg niet miskend door de betroffen uitzending. De voorliggende klacht is bijgevolg ongegrond.