Korte samenvatting van de beslissing:
De VRM controleerde de uitzendingen van de particuliere regionale televisieomroeporganisaties (2 november 2025, 17u-20u). Het betrof onder meer de uitzendingen van het omroepprogramma TVL.
De uitzendingen van TVL omvatten een programmatie in lusvorm waarbij meermaals dezelfde programma’s worden uitgezonden.
Publi-reportages ‘Trends’
Tijdens de onderzochte periode worden 4 korte reportages uitgezonden die voorafgegaan worden door een bumper (5 seconden) met de vermelding ‘TVL Trends’.
Uit de inhoud, de visuele vormgeving en de auditieve becommentariëring blijkt volgens de onderzoekscel van de VRM onmiskenbaar dat de reportages worden uitgezonden in opdracht van de betrokken bedrijven en handelszaken als een vorm van commerciële communicatie.
De benaming ‘TVL Trends’ in de beginbumper maakt volgens de onderzoekscel niet duidelijk herkenbenbaar dat er (een vorm van) reclame wordt uitgezonden, en zet integendeel de kijker op het verkeerde been door het gebruik van een programmatitel die de indruk wekt dat er redactionele inhoud zal worden aangeboden.
Programma ‘De Toekomstfabriek’
Tijdens de onderzochte periode wordt eveneens het programma ‘De Toekomstfabriek – Defensie & Veiligheid’ uitgezonden, met een duurtijd van 20 minuten. De betrokken aflevering is op 2 minuten 30 seconden na volledig gewijd aan een bedrijf dat duurzame en herbruikbare verpakkingsmogelijkheden op maat ontwerpt.
Door middel van een vraaggesprek in de studio tussen de presentator en de bedrijfsleider, krijgt deze laatste de mogelijkheid om het bedrijf, de commerciële activiteiten en de aangeboden diensten en producten voor te stellen. In het tweede gedeelte van het programma wordt in de studio nog een tweede vertegenwoordiger van het bedrijf in het gesprek betrokken.
Het programma bevat ook een reportage (duurtijd 3 minuten 10 seconden), opgenomen binnen het bedrijf en op de werkvloer, waarbij de bedrijfsleider de mogelijkheid krijgt om het bedrijf en het commerciële aanbod verder voor te stellen.
Volgens de onderzoekscel van de VRM is er duidelijk sprake van productplaatsing in het programma maar wordt de aanwezigheid ervan niet aangegeven door het tonen van het PP-logo bij het begin en aan het einde van de uitzending.
Beoordeling door de VRM (publi-reportages ‘Trends’):
Artikel 79, § 1, van het Mediadecreet schrijft voor dat televisiereclame duidelijk herkenbaar moet zijn en moet kunnen worden onderscheiden van redactionele inhoud. Reclame moet worden gescheiden van andere onderdelen van het programma met visuele en/of akoestische en/of ruimtelijke middelen, opdat er bij de kijkers geen verwarring zou ontstaan tussen reclame en andere programmaonderdelen.
Deze bepaling met betrekking tot televisiereclame is ook van toepassing op publi-reportages.
Uit de beelden en het onderzoek blijkt dat onder de benaming ‘TVL Trends’ vier publi-reportages werden uitgezonden.
Door deze commerciële communicatie aan te kondigen onder de benaming ‘TVL Trends’ wordt echter onvoldoende duidelijk gemaakt dat de inhoud die volgt op deze vermelding commerciële inhoud in plaats van redactionele inhoud betreft.
De VRM besluit dan ook dat TVL een inbreuk heeft begaan op artikel 53 en artikel 79, § 1, van het Mediadecreet.
Beoordeling door de VRM (programma ‘De Toekomstfabriek’):
De VRM brengt in herinnering dat de definitie van commerciële communicatie (waarvan productplaatsing een specifieke vorm is) de beelden of geluiden als uitgangspunt neemt om te oordelen of die beelden of geluiden dienen om goederen, diensten of het imago van een natuurlijke persoon of een rechtspersoon rechtstreeks of onrechtstreeks te promoten, tegen betaling of een soortgelijke vergoeding of voor zelfpromotie.
De VRM heeft nota genomen van het gegeven dat TVL aan het einde van haar schriftelijke opmerkingen zelf gewag maakt van de prijs voor een uitzending van ‘Toekomstfabriek’, zodat moeilijk zou kunnen worden beweerd dat de omroeporganisatie geen remuneratie zou ontvangen voor het besteden van aandacht aan het bedrijf dat centraal staat in dit programma, hetgeen desalniettemin elders in het verweerd lijkt te worden aangevoerd.
De VRM beoordeelt dat de doorlopende en eenzijdige verwijzingen naar het handelsmerk, de producten en de diensten van het betrokken bedrijf in casu slechts geacht worden productplaatsing uit te maken in de zin van artikel 2, 30°, van het Mediadecreet.
De VRM stelt hierbij vast dat echter niet op passende wijze wordt gewezen op de aanwezigheid van productplaatsing in het programma in het begin en op het einde ervan. Dit betekent aldus een inbreuk op artikel 100, § 1, 4°, van het Mediadecreet.
Bij het bepalen van de sanctie stelt de VRM vast dat de omroeporganisatie recent geen gelijkaardige inbreuken heeft begaan. De VRM houdt ook rekening met het feit dat TVL onmiddellijk de nodige aanpassingen heeft doorgevoerd.
De VRM besluit TVL te waarschuwen voor deze inbreuken op het Mediadecreet.