Korte samenvatting van de beslissing:
Context van de klacht:
De VRM ontving een klacht tegen VRT wegens “het aanzetten tot haat, discriminatie op grond van godsdienst en het uitzenden van een programma dat de geestelijke of zedelijke ontwikkeling van de minderjarige ernstig zou kunnen aantasten”.
De klagers geven als aanleiding: “de (daaropvolgende) en toelichtende verklaringen bij de uitzending ‘Blue Monday Rage Room’ tijdens een publiek interview op de conferentie Radiodays Europe in Riga (Letland), waarvan de genoemde eerdere beelden samen met de (nieuwe) beschouwingen van de betrokken presentatoren op 24 maart 2026 om 13u21 online werden geplaatst op de website van VRT NWS”.
Volgens de klager is in de oorspronkelijke video, uitgezonden op 19 januari 2026, te zien hoe VRT-presentatoren in een ‘rage room’ beelden van Jezus Christus en de Heilige Maagd Maria moedwillig en lachend kapotslaan.
In een interview op de conferentie Radiodays Europe gaven de betrokken presentatoren nadien toe dat ze dit nooit zouden ondernemen met islamitische en joodse symbolen, aldus de klagers. Op 24 maart 2026 werd hierover een nieuwsbericht op de VRT NWS-website geplaatst.
Beoordeling door de VRM - feiten:
Naar aanleiding van ‘Blue Monday’, zogenaamd de meest depressieve dag van het jaar, werd door VRT een filmpje gemaakt waarin twee Studio Brussel-presentatoren en een andere medewerker, om hun frustraties uit te werken, dingen vernielen in een ‘rage room’. Zij slaan hierbij onder meer ook katholieke beelden stuk.
Het item zat in de uitzending van het radioprogramma ‘Eva&Dries’ van 19 januari 2026, live te volgen en ook te bekijken op VRTMax, maar werd verder niet ‘op aanvraag’ of niet-lineair aangeboden op VRTMax. De beelden van het ‘rage room’-filmpje werden diezelfde dag wel gepubliceerd op diverse sociale mediakanalen van Studio Brussel, waar het filmpje offline werd gehaald op 24 maart 2026.
Het bewuste filmpje kwam later onder de aandacht naar aanleiding van een interview van een Iers-Amerikaans journalist met de Studio Brussel-presentatoren tijdens de EBU-Radiodays (Riga, 22-24 maart 2026).
Naar aanleiding van het interview en de ontstane ophef heeft VRT op 24 maart 2026 op haar website VRTNWS.be een nieuwsbericht geplaatst met als titel “Zouden nu andere keuzes maken”: ophef over filmpje waarin Studio-Brussel-presentatoren katholieke beelden kapotslaan”. Daarin worden bovenstaande feiten beschreven en ook excuses opgenomen van VRT, met name dat het om een verkeerde inschatting ging. Het artikel bevatte ook een link naar het X-account van de Iers-Amerikaans journalist (en ook een reactie van de Vlaams minister van Media via haar X-profiel). Onderaan het VRT NWS-artikel was nog een andere link toegevoegd naar de Instagrampagina van Studio Brussel en het door VRT gemaakte filmpje.
Beoordeling door de VRM – bevoegdheid:
De bevoegdheid van de kamer voor onpartijdigheid en bescherming van minderjarigen is vastgelegd in artikel 218, § 3, eerste lid, van het Mediadecreet. Deze kamer kan daardoor uitspraak doen over geschillen n.a.v. de toepassing van onder meer artikel 38, artikel 39 en artikel 42 van het Mediadecreet, waarop de klagers hun klacht steunen.
Artikel 38 van het Mediadecreet bepaalt, als breedste bepaling, voor alle omroepactiviteiten, dat het verboden is om aan te zetten tot geweld, haat en het plegen van een terroristisch misdrijf. Artikel 39 van het Mediadecreet legt vervolgens voor (programma’s van) omroepdiensten een discriminatieverbod en een onpartijdigheidsverplichting op. Artikel 42 bevat dan weer specifieke bepalingen voor televisiediensten (of audiovisuele omroepdiensten) en programma’s over de bescherming van minderjarigen.
Volgend uit de definities in het Mediadecreet volgt dat de door de klagers ingeroepen decreetbepalingen vereisten dat er minstens sprake moet zijn van bewegende beelden, opdat de kamer voor onpartijdigheid en bescherming van minderjarigen bevoegd zou zijn om de naleving ervan te beoordelen.
Het gewraakte nieuwsbericht op VRTNWS.be blijkt in de eerste plaats een geschreven artikel te zijn, en dus geen bewegende beelden.
Het gegeven dat het nieuwsbericht bij de tekst ook verschillende koppelingen bevat, met name naar beelden op sociale media, impliceert hier niet dat de betrokken VRT NWS-webpagina alsnog zelf als een omroepactiviteit (of omroepdienst of programma) wordt gekwalificeerd. Bij het doorklikken op de betreffende hyperlinks wordt immers het artikel in kwestie, het voorwerp van deze klacht, en ook de website VRTNWS.be verlaten.
De kamer voor onpartijdigheid en bescherming van minderjarigen is bijgevolg niet bevoegd zich ten gronde uit te spreken over de voorliggende klacht.