Korte samenvatting van de beslissing:
De VRM ontving een klacht tegen VRT. De klacht heeft betrekking op de uitzending van het programma ‘Blokken’ (26 november 2025).
De gewraakte uitspraken van de presentator van ‘Blokken’ volgen op een quizvraag over de paus. Het fragment gaat als volgt:
Presentator: “De in 2006 op 15-jarige leeftijd gestorven Carlo Acutis werd in september dit jaar heilig verklaard door de paus. Hoe heeft de huidige paus? Pausnaam en nummer dus.”
Kandidaat: “Leo XIV”
Presentator: “is nog juist ook. Leo XIV. Het was die jongeman die overleed aan leukemie. En er werden 2 mirakels aan hem toegeschreven, met name wonderbaarlijke genezingen. Tja (zucht), had God die jongen dan niet beter zelf genezen, godverdikke hé … Triestige aap. Ja, nee, die brave jongen is 15 jaar en die krijgt dat voor zeg, zo erg!”
De klager voert aan dat de presentator zo God vereenzelvigt met een ‘triestige aap’. Volgens de klager, die aangeeft zelf rooms-katholiek te zijn, wordt door God op deze wijze te vergelijken met een ‘triestige aap’ niet enkel een religieuze overtuiging belachelijk gemaakt, maar wordt God zelf uitdrukkelijk geaffronteerd. Deze uitlating is volgens de klager kwetsend voor gelovigen en vormt een denigrerende verwijzing naar religie in het algemeen.
Beoordeling door de VRM - bevoegdheid
De bevoegdheid van de kamer voor onpartijdigheid en bescherming van minderjarigen is vastgelegd in artikel 218, § 3, eerste lid, van het Mediadecreet, dat met name aangeeft dat deze kamer uitspraak kan doen over geschillen die gerezen zijn naar aanleiding van de toepassing van een aantal specifieke artikels uit het Mediadecreet, waaronder artikel 38 en 39.
Hoewel de klager zich op bepaalde vlakken vergist wat betreft de nummering en de inhoud van de artikels van het Mediadecreet, volgt uit de bewoordingen in de klachtbrief voldoende duidelijk dat hij zijn klacht in hoofdzaak steunt op vermeende schendingen van de verbodsbepalingen op “aanzetten tot haat” en “discriminatie”, die zijn terug te vinden in artikel 38 en 39 van het Mediadecreet.
De voorliggende klacht wordt dan ook enkel verder in aanmerking genomen voor zover de klacht betrekking heeft op vermeende schendingen van artikel 38 en 39 van het Mediadecreet.
Beoordeling door de VRM – ontvankelijkheid van de klacht
Om ontvankelijk te zijn, moet een bij de VRM ingediende klacht aan een aantal voorwaarden voldoen. Blijk geven van een benadeling of een belang is volgens artikel 220, § 2, van het Mediadecreet een uitdrukkelijke voorwaarde voor de ontvankelijkheid van een klacht bij de kamer voor onpartijdigheid en bescherming van minderjarigen. Artikel 12, eerste lid, 3°, van het Procedurebesluit bepaalt nader dat een klacht, om ontvankelijk te zijn, het belang van de klagende partij bij het indienen van een klacht moet aangeven.
Deze expliciete eis van een benadeling of een belang toont aan dat de decreetgever de loutere hoedanigheid van kijker of luisteraar niet voldoende acht en een klacht waarbij wordt opgetreden in het algemeen belang niet is toegelaten.
Een klagende partij moet dus meer bepaald aantonen over een persoonlijk belang te beschikken dat specifieker is dan het algemeen belang of het belang van elke burger.
De kamer voor onpartijdigheid en bescherming van minderjarigen besluit dat de klager in de voorliggende zaak blijkt geeft van een voldoende benadeling of belang bij het indienen van de klacht. De klacht is bijgevolg ontvankelijk en voldoet aan de bepalingen van artikel 220, § 2, van het Mediadecreet en artikel 12, eerste lid, 3°, van het Procedurebesluit.
Beoordeling door de VRM – ten gronde
Ten gronde dient te worden beoordeeld of er in de aangeklaagde uitzending van ‘Blokken’ schendingen van artikel 38 en 39 van het Mediadecreet hebben plaatsgevonden.
Wat artikel 38 van het Mediadecreet betreft, is het van belang dat het Grondwettelijk Hof een sterk beperkende interpretatie heeft gegeven aan ‘aanzetten tot discriminatie, haat en geweld’. Er moet met name worden aangetoond dat bewust en kwaadwillig (i.e. bijzonder opzet) wordt aangezet tot haat of geweld.
Artikel 39 van het Mediadecreet schrijft voor dat er een evenwicht moet zijn in het aan bod komen van verschillende filosofische of ideologische strekkingen of opiniestromingen in de programma’s. Kritiek, satire of persiflage in verband met de kern van een levensbeschouwing is daarbij op zicht niet uitgesloten.
De kamer is van oordeel dat er in dit fragment geen sprake is van een bewust en kwaadwillig aanzetten of aansporen tot haat of geweldplegingen jegens rooms-katholieken, zoals verboden door artikel 38 van het Mediadecreet. Evenmin kan het fragment als discriminerend tegenover rooms-katholieken of een inbreuk op artikel 39 van het Mediadecreet worden beschouwd.
Dit volgt niet alleen uit de inhoud van de uitspraken zelf, maar ook uit de context en de omstandigheden waarin ze zijn gedaan.
De opmerkingen van de presentator, kunnen als kwetsend, beledigend of aanstootgevend worden ervaren, hetgeen VRT ook toegeeft, in het bijzonder voor rooms-katholieke gelovigen zoals de klager. Het gegeven dat de presentator, ook al is het op oneerbiedige wijze, blijk lijkt te geven van ergernis en onbegrip ten aanzien van God, wonderbaarlijke genezingen en heiligverklaringen binnen de Rooms-Katholieke Kerk, betekent geenszins dat hij hiermee oproept tot een bepaald haatdragend of gewelddadig gedrag jegens rooms-katholieke gelovigen, laat staan dat hij een kwaadwillig opzet zou hebben gehad. Het gaat immers veeleer om een persoonlijke verzuchting of kritiek die bij de presentator spontaan lijkt op te komen naar aanleiding van het stellen van een quizvraag.
Evenmin volstaat het gegeven dat de inhoud van de uitspraken als denigrerend of schokkend kan worden ervaren, om vast te stellen dat hier op discriminerende wijze inbreuk zou worden gemaakt op het recht van eenieder om vrij een godsdienst te kiezen of te belijden en het fragment daarom als ontoelaatbaar te beschouwen.
De gewraakte uitspraken moeten ook in perspectief worden geplaatst. Het gaat om opmerkingen, gemaakt tijdens een quizprogramma door een presentator met, zoals VRT ook aanvoert, een eigen presentatiestijl waarbij hij vaak ongezouten, en met een zeker gevoel voor humor, allerlei commentaar geeft tijdens zijn interacties met de deelnemers. Kijkers van ‘Blokken’ zijn zich er doorgaans ook van bewust dat zijn uitspraken, die zich niet beperken tot kritiek op God en het rooms-katholieke geloof, met enige nuance moeten worden begrepen.
De kamer besluit dan ook dat de bepalingen van artikel 38 en 39 van het Mediadecreet niet werden miskend bij de betrokken uitzending.
De betroffen klacht wordt bijgevolg ontvankelijk doch ongegrond verklaard.