Korte samenvatting van de beslissing:
De VRM ontving een klacht tegen nv Vlaamse Radio- en Televisieomroeporganisatie (VRT). De klacht heeft betrekking op de uitzending van het programma ‘De Ochtend’ op 13 januari 2026 op Radio 1. De klager voert aan dat er nog steeds prerolls te horen zijn bij het starten van de digitale stream van dit nieuws/duidingsprogramma. Hij wijst erop dat dit in strijd is met de nieuwe beheersovereenkomst waaraan de VRT zich dient te houden, waarin wordt bepaald dat geen prerolls mogen worden uitgezonden bij nieuws- en duidingsprogramma’s.
Regelgeving:
Artikel 48 van het Mediadecreet bepaalt dat omroeporganisaties vrij zijn in het op enige wijze uitzenden, opnemen, exploiteren en voeren van commerciële communicatie, met uitzonderingen van de beperkingen en verplichtingen, vermeld in het Mediadecreet.
Meer specifiek wat de openbare omroeporganisatie VRT betreft, bepaalt artikel 17, §2, van het Mediadecreet dat de Vlaamse Regering ook in de beheersovereenkomst verdere regels kan vastleggen voor de commerciële communicatie die VRT krachtens artikel 48 van het Mediadecreet kan brengen.
In de VRT-beheersovereenkomst 2026-2030 wordt in die zin uitdrukkelijk bepaald welke vormen van commerciële communicatie VRT kan brengen (p. 46). Zo kan VRT prerolls plaatsen bij de start van een lineaire online audiostream, maar niet bij nieuwsuitzendingen, uitzendingen van erediensten, nieuws- en duidingsprogramma’s en live sportverslaggeving.
De controlebevoegdheid op deze verdere regels rond commerciële communicatie die zijn opgenomen in de VRT-beheersovereenkomst, ligt vanaf 1 januari 2026 ook bij de VRM, zoals bepaald bij decreet van 19 december 2025 tot wijziging van het Mediadecreet.
De VRM kan deze bevoegdheid, die uitdrukkelijk is toegevoegd aan de taken van de algemene kamer, met name ook uitoefenen na een schriftelijke, met redenen omklede en ondertekende klacht en kan desgevallend bij het vaststellen van een overtreding de sancties, vermeld in artikel 228 van het Mediadecreet opleggen.
Beoordeling door de VRM:
De VRT betwist de feiten uit de voorliggende klacht niet en erkent dat dergelijke prerolls overeenkomstig de beheersovereenkomst 2026-2030 niet toegestaan zijn bij nieuws- en duidingsprogramma’s. VRT voert aan dat zij op heden (technisch) niet foutloos kan voldoen aan de verplichte uitschakeling van prerolls bij de uitgesloten programma’s.
VRT heeft bijgevolg de met toepassing van artikel 17, §2, van het Mediadecreet in de VRT-beheersovereenkomst opgenomen regels voor commerciële communicatie miskend. De VRM is van oordeel dat VRT zich hierbij niet kan verschuilen achter de beschreven technische complexiteit om de verbodsbepaling in kwestie niet na te leven. Het plaatsen van prerolls bij de start van de lineaire online audiostream betreft immers geen verplichting voor VRT, maar slechts een mogelijkheid die haar wordt geboden om – onder bepaalde voorwaarden – dergelijke vormen van commerciële communicatie te brengen.
De zaak wordt echter in voorzetting gesteld, alvorens te beslissen over het opleggen van een sanctie aan VRT.
Het wordt immers niet onaannemelijk geacht dat het uitwerken van een systeem om prerolls gepast uit te schakelen inderdaad technisch zeer complex is. VRT verklaart ook te goeder trouw naar een structurele oplossing te zoeken en alles in het werk te stellen om tegen het einde van het tweede kwartaal van dit jaar een systeem operationeel te hebben dat deze doelstelling zo goed mogelijk realiseert.
Aan VRT wordt gevraagd vóór 1 mei 2026 en vóór 15 juni 2026 telkens een verslag in te dienen met een overzicht van de voorziene doorlooptijd en stappen in dit proces. Er wordt tevens gevraagd met cijfers aan te geven in welke mate het proces voortgang kent, namelijk in welke mate de tot dan toe bereikte resultaten een verbetering vormen en in welke mate de foutenmarge die er thans blijkt te zijn, afneemt.