9.4. Europese verordening mediavrijheid
De European Media Freedom Act (EMFA) is sinds 8 augustus 2025 grotendeels van toepassing en biedt een uniform Europees kader om mediapluralisme en redactionele onafhankelijkheid te beschermen, inclusief waarborgen rond bronbescherming, transparantie van media‑eigendom en staatsreclame, en bescherming tegen ongerechtvaardigde moderatie door zeer grote onlineplatformen (VLOP’s) onder de DSA. Tegelijk werd de Europese Raad voor Mediadiensten (EBMS) opgericht, die ERGA vervangt en op 10 februari 2025 zijn startvergadering hield; de EBMS ondersteunt de consistente toepassing van EMFA en AVMD en kan adviezen uitbrengen over nationale maatregelen en mediaconcentraties.
Een Europese verordening, zoals de EMFA, is rechtstreeks toepasselijk in de lidstaten en vereist in principe weinig of geen omzetting. Bij de EMFA is dit anders, door de vele ‘open’ bepalingen die zij bevat. Er wordt momenteel werk gemaakt van ontwerpregelgeving in Vlaanderen. Het toepassingsgebied van de EMFA bestaat specifiek uit de sector van de mediadiensten, waardoor de EMFA in hoofdzaak zal raken aan de Vlaamse bevoegdheid voor de inhoudelijke en technische aspecten voor de audiovisuele en auditieve mediadiensten, inclusief het toezicht op deze mediaregelgeving.
De VRM zal in principe, samen met de andere mediaregulatoren in België, belast worden met de ontwikkeling van een nationale databank voor media-eigendom. De informatie die in deze openbare databank moet zitten, is uitgebreider dan de informatie die momenteel ter beschikking wordt gesteld via het mediaconcentratierapport.
Er zal ook overleg gepleegd moeten worden met de perssector, aangezien de mediadiensten waarover sprake is in de EMFA ruimer zijn dan de audiovisuele mediadiensten waarop de AVMSD betrekking heeft (en dus ook de geschreven pers omvatten). Er moet dus in een procedure voorzien worden waarbij mediaregulatoren kunnen samenwerken met zelfregulerende organen van de geschreven pers, en worden bepaald welke organen dit dan zouden zijn.
De lidstaten moeten in hun nationale regelgeving materiële en procedurele regels opnemen ter voorafgaande beoordeling (die zich onderscheidt van de beoordelingen op grond van het mededingingsrecht) van concentraties op de mediamarkt die van aanzienlijke invloed zouden kunnen zijn op de pluriformiteit van de media en op de redactionele onafhankelijkheid. Dit betreft een nieuwe taak voor de VRM waarvoor procedures uitgewerkt moeten worden.
Mogelijke andere bijkomende taken voor de VRM hebben betrekking op verklaringen van aanbieders van mediadiensten in het kader van hun ‘media-privilege’ ten aanzien van VLOP’s, aanbieders van systemen van publieksmeting aanmoedigen gedragscodes op te stellen, en mogelijkheden om het media-aanbod via gebruikersinterfaces te personaliseren. Hoe dan ook zullen binnen België afspraken moeten worden gemaakt, via een (bijkomend) samenwerkingsakkoord, of andere minder formele overlegvormen, tussen de verschillende betrokken bevoegde overheden en (gebeurlijk zelfregulerende) instanties, met betrekking tot de toepassing, implementatie en handhaving van de EMFA.
De EMFA bepaalt ook dat nationale regulatoren adequate financiële, personele en technische middelen moeten hebben om hun taken effectief uit te voeren. Gelet op de bijkomende opdrachten is structurele versterking van de VRM noodzakelijk.