2.2. Het reglementair kader

2.2.1. Europese regelgeving

De Europese Digitaledienstenverordening (DSA), die als hoofddoel heeft om binnen de EU te zorgen voor een veilige online omgeving, werd al op 17 februari 2024 volledig (en rechtstreeks) van toepassing.[3]

De Digitaledienstenverordening verplicht aanbieders van ‘tussenhandeldiensten’: onlineplatforms en digitale diensten (zoals sociale media- en videoplatforms, online marktplaatsen, zoekmachines, …) om grote transparantie te bieden over de inhoud die zij doorgeven, verwijderen en/of aanbevelen. Zij biedt ook aan de eindgebruikers (en bij uitbreiding onderzoekers, instellingen en maatschappelijke organisaties) veel meer mogelijkheden om de onlineplatforms daar zelf over aan te spreken.

Het toezicht op de naleving van de Digitaledienstenverordening gebeurt met name door nationale digitaledienstencoördinatoren (en bevoegde autoriteiten) en de Europese Commissie (wat betreft ‘Very Large Online Platforms’ (VLOP’s) en ‘Very Large Online Search Engines’ (VLOSE’s))[4], met ook een sterke adviserende rol voor de Europese Raad voor Digitale Diensten (digitaledienstenraad)[5], die is samengesteld uit de nationale digitaledienstencoördinatoren en wordt voorgezeten door de Europese Commissie. Bij niet-naleving kunnen onder meer hoge geldboetes worden opgelegd. 

In 2025 is het kader van de Digitaledienstenverordening op belangrijke punten verder aangevuld door middel van onder meer gedelegeerde handelingen (m.n. de gedelegeerde verordening van 1 juli 2025 betreffende toegang tot gegevens voor erkende onderzoekers[6]), richtsnoeren (m.n. de richtsnoeren bescherming minderjarigen[7]) en gedragscodes (zoals de Gedragscode voor de bestrijding van illegale haatzaaiende uitlatingen online +[8] en de Gedragscode betreffende desinformatie[9).

In België zijn vier ‘bevoegde autoriteiten’ voor de Digitaledienstenverordening aangeduid, op het niveau van de gemeenschappen en op federaal vlak, omdat met de toepassing tal van bevoegdheden betrokken zijn. Naast de VRM, gaat het om de Conseil Supérieur de l'Audiovisuel (CSA) en de Medienrat voor respectievelijk de Franse en Duitstalige Gemeenschap en het Belgisch Instituut voor postdiensten en telecommunicatie (BIPT) voor de federale overheid. 

Het BIPT is niet alleen een 'bevoegde autoriteit', maar werd ook aangeduid als de Belgische 'digitaledienstencoördinator'. Gelet op de Belgische bevoegdheidsverdeling is dit gebeurd in een samenwerkingsovereenkomst, afgesloten tussen de federale Staat en de gemeenschappen op 3 mei 2024, en in werking getreden op 9 januari 2025 (10 dagen na de bekendmaking van de laatste instemmingsakte).[10] In het samenwerkingsakkoord worden met name de taken van de Belgische digitaledienstencoördinator opgesomd[11] en zijn ook procedures voor overleg en informatie-uitwisseling onder de verschillende bevoegde autoriteiten opgenomen.

Zo werd in 2025 onder meer voor het eerst ook in België aan entiteiten de status van ‘betrouwbare flagger’ toegekend, waaronder aan het Vlaams Mensenrechteninstituut door de VRM, nadat de behandeling van het verzoek aan de VRM werd toegewezen overeenkomstig de bepalingen van het samenwerkingsakkoord.[12] 

De Europese Verordening Mediavrijheid (of de ‘European Media Freedom Act’ - EMFA), een andere belangrijke Europese wettekst, die de pluriformiteit en de onafhankelijkheid van de media in de EU moet beschermen en zo ook de werking van de Europese interne markt voor mediadiensten, trad al in werking op 7 mei 2024, en is voor het grootste deel van toepassing geworden vanaf 8 augustus 2025.[13]

In grote lijnen beschermt de EMFA ‘mediadiensten’ (ruimer dan audiovisuele mediadiensten en ook audio/radio en geschreven pers omvattend) tegen inmenging van hun eigenaren, overheden, en tegen ongerechtvaardigde moderatie door zeer grote onlineplatforms (VLOP’s, zoals gedefinieerd in de Digitaledienstenverordening). De EMFA introduceert ook nieuwe rechten voor gebruikers om pluralistische en onafhankelijke media te ontvangen. 

De EMFA behandelt in dat opzicht onderwerpen zoals:

  • bescherming van de redactionele verantwoordelijkheid en van journalistieke bronnen
  • waarborgen voor de onafhankelijke werking van de publieke media
  • transparantie in verband met de eigendom van media
  • waarborgen tegen ongerechtvaardigde verwijdering van media-inhoud door VLOP's
  • recht om het media-aanbod aan te passen op apparaten en interfaces
  • beoordeling van mediaconcentraties en hun gevolgen voor de pluriformiteit van de media en de redactionele onafhankelijkheid door middel van pluriformiteitstests
  • zorgen voor een transparante methode van publieksmeting
  • het vaststellen van vereisten voor de toewijzing van overheidsreclame.

Bovendien richt de EMFA ook een Europese Raad voor Mediadiensten (‘European Board for Media Services’) op, die een belangrijke rol speelt bij de toepassing van de EMFA (en de Richtlijn Audiovisuele Mediadiensten - AVMD). De Europese Raad voor Mediadiensten is met ingang van 8 februari 2025 in de plaats gekomen van de samenwerking tussen de Europese mediaregulatoren in ERGA (die bijgevolg werd opgeheven). Op 10 februari 2025 werd in Brussel de startvergadering gehouden van de Europese Raad voor Mediadiensten.[14]

De EMFA voorziet hierbij in een belangrijke rol en verscheidene bijkomende taken voor de mediaregulatoren van de lidstaten en belangt dus ook in grote mate de VRM aan (zie verder).

De Europese Verordening betreffende transparantie en gerichte politieke reclame (hierna: Verordening Politieke Reclame) is van toepassing geworden met ingang van 10 oktober 2025 (op enkele bepalingen na die al bij de inwerkingtreding op 9 april 2024 van toepassing werden). [15]

De Verordening Politieke Reclame heeft een dubbele doelstelling:

  1. politieke reclame in de EU transparanter en meer herkenbaar maken, en
  2. gerichte en gepersonaliseerde onlinereclame voor politieke doeleinden (via targeting- en aanleveringstechnieken) inperken.

Voor het toezicht en de handhaving van de Verordening Politieke Reclame wordt uitgegaan van een noodzakelijke samenwerking tussen verschillende bevoegde autoriteiten. De reden hiervoor is met name dat de bepalingen uit de verordening in twee grote, inhoudelijk verschillende, delen uit elkaar vallen (enerzijds transparantie- en zorgvuldigheidsverplichtingen en anderzijds gegevensbescherming) en er ook uiteenlopende soorten van entiteiten onder het toepassingsgebied vallen. Hierbij wordt met name ook verwezen naar mediaregulatoren in de zin van de Richtlijn AVMD en bevoegde autoriteiten in het kader van de Digitaledienstenverordening, zoals de VRM.

De Verordening verandert niets aan andere aspecten die op nationaal niveau zijn geregeld, zoals de wettigheid van de inhoud van politieke reclame en de perioden waarin reclame is toegestaan, of de aard van de deelnemers aan het democratische proces.

Met het oog op de uitvoering van de Verordening Politieke Reclame heeft de Europese Commissie in 2025 onder meer aan volgende zaken gewerkt:

  • Op 9 juli 2025 heeft de Europese Commissie via een uitvoeringsverordening, het formaat en het model van de ‘politieke reclame’-labels en de transparantieverklaringen vastgesteld.[16] Daarin worden m.n. de vorm en inhoud behandeld van de labels die vanaf 10 oktober 2025 verplicht moeten worden toegevoegd bij politieke reclameboodschappen (ook op radio en televisie).
  • Er werden richtsnoeren uitgebracht ter ondersteuning van de verschillende actoren die onder de Verordening Politieke Reclame vallen (sponsors, aanbieders van politieke reclamediensten en uitgevers van politieke reclame) en de bevoegde autoriteiten van de lidstaten bij hun toezichtstaken.[17]
  • De Europese Commissie onderhoudt twee webportalen: één via welke de lidstaten de data van hun verkiezingen verstrekken en één door nationale websites te koppelen aan de geregistreerde wettelijke vertegenwoordigers van buiten de EU gevestigde aanbieders van politieke reclamediensten. Er zal ook nog een Europees register voor politieke onlinereclameboodschappen worden opgezet door de Europese Commissie, overeenkomstig artikel 13 van de Verordening Politieke Reclame.[18]

De Europese Verordening Artificiële Intelligentie (of de AI-verordening of AI Act) is op 1 augustus 2024 in werking getreden.[19] De AI-verordening wordt echter gefaseerd van toepassing, en voor een groot deel pas op 2 augustus 2026 en 2 augustus 2027. Er zijn intussen echter voorstellen om, naast andere vereenvoudigingsmaatregelen (uit de zgn. Digital Omnibus[20]), ook bijkomende overgangsperiodes in te bouwen (van 6 tot 16 maanden), met name gelet op de vertraging bij de ontwikkeling van ‘normen’ en andere ondersteuningsinstrumenten.

De AI-verordening moet ervoor zorgen dat in Europa verkochte en gebruikte AI-systemen veilig zijn en in overeenstemming met de grondrechten en de waarden van de EU. De AI-verordening zal met name bepaalde verplichtingen inhouden voor aanbieders en gebruikers, afhankelijk van het risico van de AI-toepassing. Er is dus gekozen voor een risico-gebaseerde aanpak: hoe hoger het risico, hoe strenger de regels.

Zo zullen AI-systemen die slechts een beperkt risico inhouden onderworpen zijn aan zeer lichte transparantieverplichtingen, bijvoorbeeld aangeven dat de inhoud door AI is gegenereerd, zodat gebruikers geïnformeerd kunnen beslissen hoe ze die inhoud gebruiken.

De AI-verordening voorziet in een tweeledig governancesysteem, waarbij nationale autoriteiten verantwoordelijk zijn voor het toezicht op en de handhaving van de regels voor AI-systemen, terwijl de EU verantwoordelijk is voor het beheer van AI-modellen voor algemene doeleinden.

De AI-verordening (artikel 77) verleent met name ook aan ‘autoriteiten die instaan voor de bescherming van de grondrechten’ met betrekking tot het gebruik van AI-systemen met een hoog risico, specifieke bevoegdheden om met name bijkomende documentatie en informatie op te vragen. België heeft in 2025 een lijst aangemeld bij de Europese Commissie met Belgische autoriteiten belast met de bescherming van de grondrechten krachtens artikel 77 van AI-verordening, waarop ook de VRM staat vermeld.[21]

Deze drie laatste Europese verordeningen, de Europese Verordening Mediavrijheid (EMFA), de Verordening Artificiële Intelligentie (AI-verordening) en de Verordening Politieke Reclame, raken ook aan de ‘omroep’-bevoegdheid van de Vlaamse Gemeenschap (voor de inhoudelijke en technische aspecten voor de audiovisuele en auditieve mediadiensten). Hoewel een Europese verordening rechtstreeks toepasselijk is, zonder omzetting in nationale regelgeving, moeten de lidstaten wel de nodige (uitvoerings)maatregelen nemen om de toepassing en het toezicht mogelijk te maken, zonder de inhoudelijke bepalingen te reproduceren in nationaal recht.

In het licht daarvan is op de Vlaamse Regering van 23 mei 2025 een voorontwerp van decreet een eerste keer goedgekeurd, tot wijziging van het Mediadecreet, ter implementatie op Vlaams niveau van deze drie Europese verordeningen.[22] Op de Vlaamse Regering van 14 juli 2025 is na adviezen van de Sectorraad Media[23] en de Vlaamse Toezichtscommissie voor de verwerking van persoonsgegevens[24] een aangepast voorontwerp goedgekeurd en voorgelegd voor advies aan de Raad van State.[25]

Het voorontwerp van decreet, dat de principes van ‘no gold-plating’ en noodzaak aan coördinatie en samenwerking volgt, bevat in hoofdzaak aanpassingen aan het Mediadecreet die betrekking hebben op de taken en bevoegdheden van de VRM. Drie meer inhoudelijke bepalingen, met verplichtingen voor marktspelers, hebben betrekking op een databank voor media-eigendom (de Europese Verordening Mediavrijheid verplicht aanbieders van mediadiensten om transparantie te bieden over hun eigendomsstructuur en de lidstaten om hun mediaregulatoren te belasten met het op basis daarvan bijhouden van een databank voor media-eigendom), AI-labels (de AI-verordening verplicht gebruiksverantwoordelijken van AI-systemen o.m. om transparantie te bieden over kunstmatig gegenereerde content) en politieke reclame-labels (de Verordening Politieke Reclame bevat de verplichting om politieke reclame te labelen).

De overige bepalingen uit het voorontwerp van decreet hebben betrekking op toezicht en handhaving van de Europese verordeningen, wat de mediasector in Vlaanderen betreft, en handelen over het toewijzen van taken en bevoegdheden aan de VRM. Er wordt op algemene wijze aangegeven dat VRM verantwoordelijk is voor, of medewerking verleent bij, de toepassing, de uitvoering en het toezicht op de naleving van deze drie nieuwe Europese verordeningen. 

Wat specifiek de Verordening Politieke Reclame betreft, wordt verder verduidelijkt dat de VRM de bevoegde autoriteit is (voor toezicht op de daarin opgenomen transparantiebepalingen) zowel wat betreft tussenhandeldiensten die betrekking hebben op omroepactiviteiten als wat betreft de andere marktspelers die onder het toepassingsgebied vallen, voor zover zij omroepactiviteiten betreffen. 

Wat betreft de AI-verordening, wordt de VRM als ‘markttoezichtautoriteit’ (in de zin van artikel 70 van de AI-verordening) aangeduid, maar enkel voor toezicht op artikel 50.4 van de AI-verordening (nl. de verplichting voor gebruikers die een AI-systeem inzetten dat beeld-, audio- of videomateriaal genereert of manipuleert en dat een deepfake vormt, om te openbaren dat de desbetreffende inhoud kunstmatig werd gegenereerd of gemanipuleerd). Ook wordt geëxpliciteerd dat de VRM een autoriteit betreft voor de bescherming van de grondrechten (in de zin van artikel 77 van de AI-verordening). De VRM is in ieder geval al opgenomen op de Belgische lijst die bij de Europese Commissie werd aangemeld (zie hoger).

Wat de Europese Verordening Mediavrijheid betreft worden in het voorontwerp van decreet specifieke taken opgesomd en bijgeschreven bij de taken van de algemene kamer van de VRM. Het gaat om volgende taken: het ontwikkelen van een databank voor media-eigendom, het al dan niet bevestigen van de verklaring van aanbieders van mediadiensten ten aanzien van VLOP’s, erop toezien dat fabrikanten, ontwikkelaars en importeurs van apparaten of gebruikersinterfaces de betreffende verplichtingen naleven met betrekking tot het recht op aanpassing van het media-aanbod en de beoordeling uitvoeren van concentraties op de mediamarkt die van aanzienlijke invloed zouden kunnen zijn op de pluriformiteit van de media en op de redactionele onafhankelijkheid. Verder wordt ook bepaald dat de VRM deelneemt aan de werking van de Europese Raad voor Mediadiensten.

Voorts is ook een evaluatie van de Richtlijn Audiovisuele Mediadiensten gepland voor 2026, gelet op de verplichting voor de Europese Commissie om uiterlijk tegen 19 december 2026 een ‘ex-postevaluatie’ in te dienen bij het Europees Parlement en de Raad, indien passend, vergezeld van voorstellen voor herziening van de richtlijn, teneinde de impact van deze richtlijn en de meerwaarde ervan na te gaan. Er zal met name worden nagegaan of de regels uit de Richtlijn Audiovisuele Mediadiensten moeten worden geactualiseerd om te zorgen voor: passende zichtbaarheid en aandacht voor de Europese media; een gelijker speelveld tussen traditionele en nieuwe digitale spelers op het gebied van reclame en adequate bescherming voor kijkers, met name jongere kijkers, bij het online bekijken van audiovisuele inhoud.

In dit verband werd door de Europese Commissie in november 2025 reeds een verzoek om input (call for evidence) gepubliceerd om feedback van belanghebbenden te verzamelen over het effect van de huidige Richtlijn Audiovisuele Mediadiensten en de geplande herziening ervan. Op 10 februari 2026 is de Europese Commissie ook een openbare raadpleging gestart die loopt tot 1 mei 2026 [26].

De herziening van de Richtlijn Audiovisuele Mediadiensten maakt ook deel uit van de toezeggingen van de Europese Commissie in het onlangs gepresenteerde European Democracy Shield, dat onder meer streeft naar een sterkere en prominentere EU-mediasector.[27]

Verder had de Europese Unie in 2022 reeds uitzonderlijke acties ondernomen, onder meer wat media betreft, tegen Rusland naar aanleiding van de invasie in Oekraïne op 24 februari 2022. De sterke uitbreiding van reeds bestaande ‘beperkende maatregelen naar aanleiding van de acties van Rusland die de situatie in Oekraïne destabiliseren’ hadden ook betrekking op de media en hielden een verbod in om bepaalde Russische of door Rusland gecontroleerde omroepprogramma’s of content uit te zenden of dit uitzenden via gelijk welk middel mogelijk te maken.[28]

Deze beperkende maatregelen hadden in eerste instantie voornamelijk betrekking op Russia Today en Sputnik, maar werden bij opeenvolgende uitbreidingen van het sanctiepakket ook van toepassing op andere omroepprogramma’s. Ook in 2025 werd de lijst nog verder uitgebreid. De Raad van de EU heeft op 24 februari 2025 besloten om EADaily/Eurasia Daily, Fondsk, Lenta, NewsFront, RuBaltic, SouthFront, Strategic Culture Foundation en Krasnaya Zvezda/Tvzvezda toe te voegen aan de lijst van Russische media die in de EU verboden worden.[29]

 

2.2.2. Vlaamse regelgeving

Het Mediadecreet werd in 2025 tweemaal gewijzigd, en toekomstige wijzigingen werden in 2025 reeds voorbereid (waaronder wijzigingen met het oog op de gedeeltelijke uitvoering van de drie Europese verordeningen, zoals hoger vermeld). 

Bij decreet van 21 maart 2025 werd artikel 201 van het Mediadecreet gewijzigd wat de uitzendingen via etheromroepnetwerken betreft.[30] Als een licentiehouder van een etheromroepnetwerk dat gebruikt wordt om vrij te ontvangen radio-omroepprogramma’s aan te bieden, de VRM op de hoogte brengt van zijn intentie om van zijn licentie af te zien, waren er overeenkomstig het Mediadecreet twee mogelijkheden: overdracht van de licentie aan een derde na het schriftelijke akkoord van de VRM of, als van die mogelijkheid geen gebruik werd gemaakt, de organisatie van een nieuwe erkenningsronde voor vrijgekomen frequenties (hetgeen zes tot acht maanden in beslag neemt).

Om etherstilte te vermijden bij de beslissing van een licentiehouder om zijn licentie terug te geven en de uitzendingen op korte termijn stop te zetten vóór de afronding van een nieuwe erkenningsronde, werd de mogelijkheid ingevoerd voor de VRM om een tijdelijke licentie en tijdelijke zendvergunningen toe te kennen aan het samenwerkingsverband van de omroeporganisaties die actief zijn op het frequentieblok waarvan de licentiehouder zijn licentie teruggeeft, zodat op die manier de uitzendingen gegarandeerd blijven. 

De VRM heeft van deze mogelijkheid ook gebruik gemaakt en heeft bij beslissing van 27 maart 2025 een tijdelijke licentie voor het aanbieden van een radio-omroepnetwerk toegekend aan het samenwerkingsverband van de omroeporganisaties nv DPG Media en nv SBS Media Belgium. De termijn van de tijdelijke licentie loopt af op 31 december 2027.

Het Mediadecreet werd ten slotte ook nog bij decreet van 19 december 2025 gewijzigd en uitgelegd wat commerciële communicatie en VRT betreft.[31]

Het decreet bevat in de eerste plaats een interpretatieve bepaling waarin wordt gesteld dat prerolls, die uitgezonden worden op het moment dat kijkers of luisteraars een lineaire stream starten, geen reclame zijn in de zin van artikel 2, 35° van het Mediadecreet (in tegenstelling tot wat de VRM en ook de Raad van State eerder hebben geoordeeld) waardoor dit niet langer televisiereclame betreft en niet langer voor VRT verboden televisiereclame.

Verder wordt verzekerd dat de VRM de naleving door VRT kan controleren (en overtredingen zo nodig kan bestraffen) van de specifieke regels opgenomen in de VRT-beheersovereenkomst voor de commerciële communicatie die VRT kan brengen.

Er worden ook een aantal wijzigingen doorgevoerd met betrekking tot de sponsorvermeldingen op VRT. De inhoudelijke beperkingen voor sponsorboodschappen op VRT worden geschrapt. Voor de duur van de sponsorboodschappen wordt bepaald dat elke sponsorboodschap per sponsor niet langer mag zijn dan 7 seconden en dat de totale duurtijd van de sponsorvermeldingen niet meer dan 21 seconden mag bedragen. Hierdoor is VRT voortaan voor sponsorvermeldingen grotendeels aan dezelfde regels onderworpen als de particuliere omroeporganisaties. 

In 2025 werden ook nog toekomstige wijzigingen aan de Vlaamse mediaregelgeving voorbereid.

Naast het ontwerp van decreet tot wijziging van het Mediadecreet met het oog op de implementatie van Europese regelgeving over transparante politieke reclame, mediavrijheid en artificiële intelligentie (zoals hoger vermeld), gaat het verder over de verlenging van de huidige erkenningen van netwerkradio-omroeporganisaties en lokale radio-omroeporganisaties, de zichtbaarheid en toegankelijkheid van mediadiensten van algemeen belang op een gebruikersinterface (passende aandacht) en wijzigingen wat betreft radio-omroeporganisaties.

Verlenging van de erkenningen van netwerkradio-omroeporganisaties en lokale radio-omroeporganisaties 

Om de evolutie naar digitaal radioluisteren en de invoering van het omroepmodel zoveel mogelijk gelijktijdig te laten verlopen, worden de duurtijden van de FM-erkenningen zoveel mogelijk op elkaar afgestemd. Met het voorontwerp van decreet, dat op 17 oktober 2025 voor de eerste keer principieel werd goedgekeurd door de Vlaamse Regering, wordt de einddatum van de huidige erkenningen van netwerkradio-omroeporganisaties en lokale radio-omroeporganisaties die aflopen vóór 31 december 2027 tot op die datum verlengd.[32] Op die manier wordt het aflopen van de erkenningen zo veel mogelijk geclusterd. Daardoor kan er in 2027 één grote erkenningsronde georganiseerd worden voor lokale en netwerkradio-omroeporganisaties. 

Over het voorontwerp van decreet werd advies ingewonnen van de Sectorraad Media van de Strategische Adviesraad voor Cultuur, Jeugd, Sport en Media[33] en van de Raad van State. Het Departement Cultuur, Jeugd en Media heeft ook een raadpleging georganiseerd over dit voorontwerp van decreet. Na definitieve goedkeuring door de Vlaamse Regering op 6 maart 2026, werd dit ontwerp van wijzigingsdecreet ingediend bij het Vlaams Parlement. [34]

Zichtbaarheid en toegankelijkheid mediadiensten van algemeen belang op een gebruikersinterface

Om de toegang tot inhoud van algemeen belang te waarborgen, kunnen maatregelen worden genomen die ervoor zorgen dat mediadiensten en inhoud van algemeen belang voldoende zichtbaar en vindbaar zijn. Artikel 7 bis van de Richtlijn Audiovisuele Mediadiensten biedt de lidstaten deze mogelijkheid. 

Op 4 juli 2025 heeft de Vlaamse Regering ontwerpregelgeving voorgesteld over passende aandacht, om de toegang tot mediadiensten van algemeen belang te waarborgen via voldoende zicht- en vindbaarheid op gebruikersinterfaces. Het gaat om een ontwerp van decreet[35] en van uitvoeringsbesluit[36]. Er wordt een volledig nieuwe regeling inzake passende aandacht uitgewerkt, rekening houdend met de onduidelijkheden betreffende het huidige artikel 155/1 van het Mediadecreet en de noodzaak om het toepassingsgebied te verruimen.

Op 8 juli 2025 gaf de Vlaamse Toezichtscommissie voor de verwerking van persoonsgegevens[37] haar advies bij het ontwerp van decreet en op 25 september 2025 heeft ook de Sectorraad Media[38] een advies uitgebracht.

Het ontwerp van decreet en uitvoeringsbesluit werden ook ter kennisgeving aan de Europese Commissie gebracht in het kader van de 'TRIS'-procedure.[39]

Wijziging van de bepalingen wat betreft de radio-omroeporganisaties

Het luik ‘radio’ van het Mediadecreet zal in 2026 grondig worden herzien, gelet op de versnelde digitalisering en veranderende mediaconsumptie waardoor het huidige Vlaamse radiolandschap wordt gekenmerkt. Het voorontwerp van decreet, dat door de Vlaamse Regering op 9 januari 2026 een eerste keer principieel werd goedgekeurd, voorziet onder andere in de invoering van digitale landelijke en lokale radio-omroeporganisaties, een vereenvoudigd en toekomstbestendiger regelgevend kader, bepalingen rond de duur van de erkenningen, de invoering van een omroepmodel voor DAB+ (door de overstap van het operatormodel naar het omroepmodel voor DAB+ zullen de frequenties rechtstreeks worden toegekend aan de erkende radio-omroeporganisaties) en andere artikelwijzigingen die uit deze beleidskeuzes voortvloeien.[40]

Over het voorontwerp van decreet werd advies ingewonnen van de Sectorraad Media van de Strategische Adviesraad voor Cultuur, Jeugd, Sport en van de Vlaamse Toezichtscommissie voor de verwerking van persoonsgegevens. Het Departement Cultuur, Jeugd en Media heeft ook een raadpleging georganiseerd over dit voorontwerp van decreet. Op 6 maart 2026 werd het voorontwerp van decreet een tweede keer principieel goedgekeurd door de Vlaamse Regering met het oog op het inwinnen van het advies van de Raad van State [41].

 

Wat meer specifiek de werking van de VRM betreft, gaf de Vlaamse Regering op 19 december 2025 haar goedkeuring aan de openstelling van de vacature van gedelegeerd bestuurder van de VRM. De functie is immers vacant met ingang vanaf 1 augustus 2026, gelet op de pensionering van de gedelegeerd bestuurder Joris Sels. De Vlaamse Regering verleent Joris Sels ook eervol ontslag bij het einde van zijn mandaat.

Sinds 1 januari 2025 is de nieuwe stimuleringsregeling in werking getreden. De modaliteiten ervan zijn opgenomen in het besluit van de Vlaamse Regering over het stimuleren van de audiovisuele sector door financiële bijdragen aan de productie van audiovisuele werken. Artikel 11 van dat besluit stelt dat de VRM de ontvankelijke Vlaamse productieprojecten voor advies voorlegt aan een beoordelingscommissie. De Vlaamse Regering heeft op 28 maart 2025 het bedrag van de presentiegelden en de vergoedingen voor reis- en verblijfsonkosten bepaald die aan de leden van de beoordelingscommissie worden toegekend.[42]

Verder, wat de Vlaamse mediaregelgeving en -sector in de ruimere zin betreft, heeft de Vlaamse Regering op 21 maart 2025 aan de nieuwe regionale omroeporganisatie Focus-WTV vzw Regionale Televisie voor West-Vlaanderen een nieuwe erkenning uitgereikt, conform het Mediadecreet en het Besluit van de Vlaamse Regering over de verzorgingsgebieden van de regionale televisieomroeporganisaties. De Conceptnota 'Toekomst regionale mediaorganisaties' bevatte onder meer een luik over de schaalvergroting van de regionale televisieomroeporganisaties waarbij de hertekening van de verzorgingsgebieden van deze regionale omroepen werd naar voren geschoven, meer bepaald in Oost- en West-Vlaanderen. De hertekening laat toe dat de verschillende regionale mediaorganisaties op redactioneel vlak een sterk aanbod kunnen ontwikkelen met ontkoppeld nieuws, maar tevens met programma’s die inspelen op de specificiteit van het verzorgingsgebied.

De Vlaamse Regering heeft op 18 juli 2025 ook haar goedkeuring gehecht aan de beheersovereenkomst met VRT voor de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2030. Deze beheersovereenkomst omschrijft, conform artikel 16 van het Mediadecreet, de bijzondere regels en voorwaarden voor de toekenning van de financiële middelen voor de uitvoering van de openbare omroep-opdracht, en legt dus de wederzijdse rechten en verplichtingen vast tussen VRT en de Vlaamse Gemeenschap.[43]

De Vlaamse Regering heeft verder ook de beheersovereenkomst 2026-2030 tussen de Vlaamse Gemeenschap (VG), de Vlaamse Gemeenschapscommissie (VGC) en de vzw Vlaams-Brusselse Media (VBM) goedgekeurd op 19 december 2015. De beheersovereenkomst legt het kader vast waarbinnen de vzw VBM over meerdere jaren zal werken en geeft aan welke beleidsopdrachten de vzw moet vervullen. Het voorwerp van de overeenkomst slaat op de exploitatie door de vzw VBM, onder de merknaam Bruzz, van een digitaal platform voor de distributie van content, een door de Vlaamse Regering aangewezen lokale radio-omroeporganisatie, een periodieke publicatie en een door de Vlaamse Regering erkende regionale televisieomroeporganisatie. Het verzorgingsgebied van de door de vzw VBM geëxploiteerde media is het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad. De overeenkomst treedt in werking op 1 januari 2026 en eindigt op 31 december 2030.[44]

Op 19 december 2025 heeft de Vlaamse Regering ten slotte ook voor 2026-2030 drie beheersovereenkomsten afgesloten met het Vlaams Audiovisueel Fonds (VAF): voor het Filmfonds, het Mediafonds en het Gamefonds. Hiervoor worden jaarlijks respectievelijk 20,81 miljoen euro, 6,43 miljoen euro en 2,62 miljoen euro voorzien. Na de ondertekening van de beheersovereenkomsten werden deze ter kennis gegeven bij de Europese Commissie.[45]