2.2. Het reglementair kader
2.2.1. Europese regelgeving
De Europese Digitaledienstenverordening (DSA), die als hoofddoel heeft om binnen de EU te zorgen voor een veilige online omgeving, werd op 17 februari 2024 volledig (en rechtstreeks) van toepassing.[1]
De Digitaledienstenverordening verplicht aanbieders van ‘tussenhandeldiensten’, dit zijn onlineplatforms en digitale diensten (zoals sociale media- en videoplatforms, online marktplaatsen, zoekmachines, …) om grote transparantie te bieden over de inhoud die zij doorgeven, verwijderen en/of aanbevelen. Zij biedt aan de eindgebruikers (en bij uitbreiding onderzoekers, instellingen en maatschappelijke organisaties) ook veel meer mogelijkheden om de onlineplatforms daar zelf over aan te spreken.
Het toezicht op de naleving van de Digitaledienstenverordening gebeurt door nationale digitaledienstencoördinatoren (en bevoegde autoriteiten) en de Europese Commissie (wat betreft ‘Very Large Online Platforms’ (VLOPs) en ‘Very Large Online Search Engines’ (VLOSEs))[2], met ook een sterke adviserende rol voor de Europese Raad voor Digitale Diensten (digitaledienstenraad)[3], die is samengesteld uit de nationale digitaledienstencoördinatoren en wordt voorgezeten door de Europese Commissie. Bij niet-naleving kunnen onder meer hoge geldboetes worden opgelegd.
In België werden vier ‘bevoegde autoriteiten’ aangeduid, op het niveau van de gemeenschappen en op federaal vlak, omdat met de toepassing van de Digitaledienstenverordening tal van bevoegdheden betrokken zijn. De Conseil Supérieur de l'Audiovisuel (CSA) en de Medienrat zijn de bevoegde autoriteiten voor respectievelijk de Franse en Duitstalige Gemeenschap en het Belgisch Instituut voor postdiensten en telecommunicatie (BIPT) voor de federale overheid.
De Vlaamse Regulator voor de Media is als ‘bevoegde autoriteit’ aangeduid voor de Vlaamse Gemeenschap bij decreet van 26 januari 2024 (dat het Mediadecreet wijzigt).[4] De VRM is in beginsel bevoegd voor alle aspecten van de Digitaledienstenverordening, voor zover het gaat om ‘tussenhandeldiensten die betrekking hebben op omroepactiviteiten’ en waarvan (in grote lijnen) de aanbieder is gevestigd in het Nederlandse taalgebied of in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad, in het laatste geval op voorwaarde dat de dienst uitsluitend gericht is op de Vlaamse Gemeenschap.
Het BIPT is niet alleen een 'bevoegde autoriteit', maar werd ook aangeduid als de Belgische 'digitaledienstencoördinator'. Gelet op de Belgische bevoegdheidsverdeling is dit gebeurd in een samenwerkingsovereenkomst, afgesloten tussen de Federale Staat en de gemeenschappen op 3 mei 2024, en in werking getreden op 9 januari 2025 (10 dagen na de bekendmaking van de laatste instemmingsakte).[5] In het samenwerkingsakkoord worden met name de taken van de Belgische digitaledienstencoördinator opgesomd[6] en zijn ook procedures voor overleg en informatie-uitwisseling onder de verschillende bevoegde autoriteiten opgenomen.
De Europese Verordening Mediavrijheid (of de ‘European Media Freedom Act’ - EMFA), een andere belangrijke Europese wettekst, die de pluriformiteit en de onafhankelijkheid van de media in de EU moet beschermen en zo ook de werking van de Europese interne markt voor mediadiensten, trad in werking op 7 mei 2024, al zal zij voor het grootste deel pas van toepassing worden vanaf 8 augustus 2025.[7]
In grote lijnen beschermt de EMFA ‘mediadiensten’ (ruimer dan audiovisuele mediadiensten en ook audio/radio en geschreven pers omvattend) tegen inmenging van hun eigenaren, overheden, en tegen ongerechtvaardigde moderatie door zeer grote onlineplatforms (VLOP’s, zoals gedefinieerd in de Digitaledienstenverordening). De EMFA introduceert ook nieuwe rechten voor gebruikers om pluralistische en onafhankelijke media te ontvangen.
De EMFA behandelt in dat opzicht onderwerpen, zoals:
- bescherming van de redactionele verantwoordelijkheid en van journalistieke bronnen
- waarborgen voor de onafhankelijke werking van de publieke media
- transparantie in verband met de eigendom van media
- waarborgen tegen ongerechtvaardigde verwijdering van media-inhoud door VLOP’s
- recht om het media-aanbod aan te passen op apparaten en interfaces
- beoordeling van mediaconcentraties en hun gevolgen voor de pluriformiteit van de media en de redactionele onafhankelijkheid door middel van pluriformiteitstests
- zorgen voor een transparantere methode van publieksmeting
- het vaststellen van vereisten voor de toewijzing van overheidsreclame.
Bovendien richt de EMFA ook een Europese Raad voor Mediadiensten (‘European Board for Media Services’) op, die een belangrijke rol zal spelen bij de toepassing van de EMFA (en de Richtlijn Audiovisuele Mediadiensten - AVMD) en met ingang van 8 februari 2025 in de plaats komt van de samenwerking tussen de Europese mediaregulatoren in ERGA (die bijgevolg wordt opgeheven).
De EMFA voorziet hierbij in een belangrijke rol en verscheidene bijkomende taken voor de mediaregulatoren van de lidstaten en zal dus ook in grote mate de VRM aanbelangen.
Op 13 maart 2024 werd ook de Europese Verordening betreffende transparantie en gerichte politieke reclame (hierna: Verordening Politieke Reclame) ondertekend en op 20 maart 2024 gepubliceerd. [8] De Verordening Politieke Reclame zal echter ook pas later van toepassing worden, met ingang van 10 oktober 2025 (op enkele bepalingen na die al bij de inwerkingtreding op 9 april 2024 van toepassing werden).
De Verordening Politieke Reclame heeft een dubbele doelstelling:
- politieke reclame in de EU transparanter en meer herkenbaar maken, en
- gerichte en gepersonaliseerde onlinereclame voor politieke doeleinden (via targeting- en aanleveringstechnieken) inperken.
Voor het toezicht en de handhaving van de Verordening Politieke Reclame wordt uitgegaan van een noodzakelijke samenwerking tussen verschillende bevoegde autoriteiten. De reden hiervoor is met name dat de bepalingen uit de verordening in twee grote, inhoudelijk verschillende, delen uit elkaar vallen (enerzijds transparantie- en zorgvuldigheidsverplichtingen en anderzijds gegevensbescherming) en er ook uitlopende soorten van entiteiten onder het toepassingsgebied vallen. Hierbij wordt met name ook verwezen naar mediaregulatoren in de zin van de Richtlijn AVMD en bevoegde autoriteiten in het kader van de Digitaledienstenverordening, zoals de VRM.
De Verordening verandert niets aan andere aspecten die op nationaal niveau zijn geregeld, zoals de wettigheid van de inhoud van politieke reclame en de perioden waarin reclame is toegestaan, of de aard van de deelnemers aan het democratische proces.
Op 13 juni 2024 werd ook de Europese Verordening Artificiële Intelligentie (of de AI-verordening of AI Act) aangenomen, waarna op 12 juli 2024 de tekst werd gepubliceerd en de AI-verordening op 1 augustus 2024 in werking trad.[9] De AI-verordening zal echter pas na twee jaar van toepassing worden, behoudens enkele uitzonderingen op basis waarvan enkele bepalingen al vroeger of pas later van toepassing zullen zijn.
De AI-verordening moet ervoor zorgen dat in Europa verkochte en gebruikte AI-systemen veilig zijn en in overeenstemming met de grondrechten en de waarden van de EU. De AI-verordening zal met name bepaalde verplichtingen inhouden voor aanbieders en gebruikers, afhankelijk van het risico van de AI-toepassing. Er is dus gekozen voor een risico-gebaseerde aanpak: hoe hoger het risico, hoe strenger de regels.
Zo zullen AI-systemen die slechts een beperkt risico inhouden onderworpen zijn aan zeer lichte transparantieverplichtingen, bijvoorbeeld dat moet worden aangegeven dat de inhoud door AI is gegenereerd, zodat gebruikers geïnformeerd kunnen beslissen hoe ze die inhoud gebruiken.
De AI-verordening voorziet in een tweeledig governancesysteem, waarbij nationale autoriteiten verantwoordelijk zijn voor het toezicht op en de handhaving van de regels voor AI-systemen, terwijl de EU verantwoordelijk is voor het beheer van AI-modellen voor algemene doeleinden.
De AI-verordening (artikel 77) verleent ook aan ‘autoriteiten die instaan voor de bescherming van de grondrechten’ (waartoe mediaregulatoren zoals de VRM gerekend moeten worden) met betrekking tot het gebruik van AI-systemen met een hoog risico, specifieke bevoegdheden om bijkomende documentatie en informatie op te vragen.
Verder had de Europese Unie in 2022 reeds uitzonderlijke acties ondernomen, onder meer wat media betreft, tegen Rusland naar aanleiding van de invasie in Oekraïne op 24 februari 2022. De sterke uitbreiding van reeds bestaande ‘beperkende maatregelen naar aanleiding van de acties van Rusland die de situatie in Oekraïne destabiliseren’ hadden ook betrekking op de media en hielden een verbod in om bepaalde Russische of door Rusland gecontroleerde omroepprogramma’s of content uit te zenden of dit uitzenden via gelijk wel middel mogelijk te maken.[10]
Deze beperkende maatregelen hadden in eerste instantie voornamelijk betrekking op Russia Today en Sputnik, maar werden bij opeenvolgende uitbreidingen van het sanctiepakket in 2022 en 2023 ook van toepassing op andere omroepprogramma’s. Ook in 2024 werd de lijst verder uitgebreid. De Raad van de EU heeft op 15 mei 2024 besloten om Voice of Europe, RIA Novosti, Izvestija en Rossiiskaja Gazetatoe te voegen aan de lijst van Russische media die in de EU verboden worden.
2.2.2. Vlaamse regelgeving
Naast de aanpassing bij decreet van 26 januari 2024 (in het kader van de Digitaledienstenverordening, zoals hoger vermeld) werd het Mediadecreet in 2024 nog bij drie gelegenheden gewijzigd.
Bij decreet van 9 februari 2024 werd het Mediadecreet gewijzigd met betrekking tot de regionale televisieomroeporganisaties.[11] Op basis van verschillende evaluatieoefeningen was vastgesteld dat de inhoudelijke werking en ook het bereik van de regionale omroepen nog steeds goed was, maar dat de organisatiestructuur, het businessmodel en de inkomsten niet sterk genoeg evolueerden om te kunnen investeren en in te spelen op de uitdagingen in het sterk veranderend medialandschap. Op 15 juli 2022 werd op de Vlaamse Regering een conceptnota goedgekeurd over de toekomst van de regionale mediaorganisaties die een oplossing moest bieden aan deze uitdagingen. Deze beleidslijnen werden deels vertaald in nieuwe samenwerkingsovereenkomsten voor de periode 2024-2028, goedgekeurd door de Vlaamse Regering op 15 december 2023. Andere aandachtspunten van de conceptnota van 15 juli 2022 worden aangepakt via aanpassingen aan het Mediadecreet bij decreet van 9 februari 2024. Zo worden de bestaande erkenningsvoorwaarden uitgebreid en de duur van de samenwerkingsovereenkomsten en de erkenningen onderling op elkaar afgestemd.
Aansluitend werden ook nieuwe uitvoeringsbepalingen rond regionale televisieomroeporganisaties genomen en werden enkele bepalingen uit een aantal mediabesluiten van de Vlaamse Regering definitief aangepast.[12] Het ging onder meer om de regeling van de erkenningsprocedure en de mogelijkheden tot samenvoegen van de verzorgingsgebieden binnen de provincies Oost- en West-Vlaanderen vanaf 1 januari 2029.
Met het decreet van 1 maart 2024 tot wijziging van het Mediadecreet werd verder een nieuwe eengemaakte stimuleringsregeling voor de Vlaamse audiovisuele productiesector aangenomen, met ingang van 1 januari 2025.[13] De bestaande investeringsverplichting voor particuliere omroeporganisaties die niet-lineaire televisiediensten aanbieden en de stimuleringsregeling voor dienstenverdelers werden geactualiseerd, op elkaar afgestemd en aangevuld met een bijdrageverplichting voor aanbieders van videoplatformdiensten. Daarnaast werd ook de quotaverplichting ter bevordering van Europese producties vervaardigd door onafhankelijke producenten in overeenstemming gebracht met de praktijk, en werd de definitie van 'onafhankelijke producent' gewijzigd.
Aansluitend bij het decreet van 1 maart 2024, met de principes en hoofdlijnen van deze nieuwe regeling, werd op 26 april 2024 door de Vlaamse Regering ook een besluit aangenomen met de regels, de voorwaarden en de procedure voor deelname aan de productie van audiovisuele werken (zij het in de vorm van een rechtstreekse financiële bijdrage aan de productie van audiovisuele werken of in de vorm van een gelijkwaardige financiële bijdrage aan het Vlaams Audiovisueel Fonds) en voor de vrijstellingen van deze bijdrage.[14]
Het Mediadecreet werd in 2024 ten slotte ook gewijzigd bij decreet van 19 april 2024.[15] Het ging hierbij in hoofdzaak om aanpassingen in het kader van de Algemene Verordening Gegevensbescherming, met name om de verwerking van persoonsgegevens op een correcte manier te implementeren. Daarnaast bevatte het wijzigingsdecreet ook inhoudelijke en technische aanpassingen en aanpassingen aan het nieuwe Wetboek van vennootschappen en verenigingen van 23 maart 2019.
In uitvoering van het Mediadecreet heeft de Vlaamse Regering verder ook een uniform leeftijds- en classificatiesysteem voor audiovisuele media uitgewerkt (‘GoedGezien’), op basis waarvan Vlaamse televisieomroeporganisaties, samen met de dienstenverdelers, vanaf 30 september 2024 kijkers moeten waarschuwen voor mogelijke schadelijke inhoud en hen correct moeten informeren via pictogrammen.[16] De VRM treedt op als toezichthouder. Het gaat meer bepaald om een aanbeveling voor jongeren, ouders en voogden, waarbij zij zich kunnen informeren over de richtinggevende leeftijdsgrens (alle leeftijden - AL, 6+, 10+, 12+ en 16+) en de potentieel schadelijke inhoud (geweld, angst, seks, grof taalgebruik, verslavende middelen en negatieve beeldvorming). De pictogrammen moeten bij de start van tv-programma's, en na elke onderbreking, 5 seconden in beeld verschijnen. In de catalogus van dienstenverdelers en video-on-demand-platforms moeten alle symbolen die van toepassingen zijn op de programmapagina zichtbaar zijn.
Bij besluit van 3 mei 2024 heeft de Vlaamse Regering vervolgens ook de zogenaamde ‘must-carry’-netwerken vastgelegd.[17] Het Mediadecreet stelt dat de netwerken, die voor een significant aantal eindgebruikers het belangrijkste middel zijn om televisieomroepprogramma's te ontvangen en die door dienstenverdelers gebruikt worden om televisieomroepprogramma's te verdelen, ten minste om de vijf jaar worden vastgelegd door de Vlaamse Regering. In dit kader duidde de Vlaamse Regering de netwerken van Wyre, Proximus/Fiberklaar en VOO (Voeren) aan als netwerken die voor een significant aantal eindgebruikers het belangrijkste middel zijn om televisieomroepprogramma's te ontvangen (‘must-carry’-netwerken). Het vorige besluit van de Vlaamse Regering van 28 juni 2019 werd opgeheven.
Wat meer specifiek de werking van de VRM betreft heeft de Vlaamse Regering op 26 april 2024 ook een besluit aangenomen dat uitvoering geeft aan bepaalde artikelen uit het Mediadecreet die daarop specifiek betrekking hebben.[18] De uitvoeringsbepalingen handelen meer bepaald over (1) hoe aanbieders van videoplatformdiensten een kennisgeving moeten doen, (2) hoe openbare raadplegingen door de VRM gebeuren en (3) hoe kennisgevingen door aanbieders van kabelomroepnetwerken gebeuren.
Verder werd, wat de Vlaamse mediaregelgeving in de ruime zin betreft, bij decreet van 19 april 2024 ingestemd met aanpassing van het DAB+-zendmastenakkoord van 21 december 2018 dat toelaat dat de Vlaamse Gemeenschap frequenties in dienst stelt op het grondgebied van de Franse Gemeenschap en vice versa.[19] Het akkoord werd aangepast om langs Vlaamse zijde toe te laten extra frequenties in gebruik te nemen. De Franse Gemeenschap krijgt drie extra posities. Een positie houdt het gebruik in van één digitaal frequentieblok op één specifieke lokaliteit.
[1] Verordening (EU) 2022/2065 van het Europees Parlement en de Raad van 19 oktober 2022 betreffende een eengemaakte markt voor digitale diensten en tot wijziging van Richtlijn 2000/31/EG (digitaledienstenverordening), Pb.L. 277 27 oktober 2022, p. 1.
[2] Voor een actueel overzicht van de tot dusver aangewezen VLOP’s en VLOSE’s, hun plaats van vestiging en de toezichtactiviteiten van de Europese Commissie: https://digital-strategy.ec.europa.eu/en/policies/list-designated-vlops-and-vloses.
[3] Voor een overzicht van de vergaderingen van de Europese Raad voor Digitale Diensten: https://digital-strategy.ec.europa.eu/en/policies/dsa-board. [4] Decreet van 26 januari 2024 tot wijziging van het decreet van 27 maart 2009 betreffende radio-omroep en televisie tot gedeeltelijke uitvoering van de digitaledienstenverordening, BS 6 februari 2024.
[5] Samenwerkingsakkoord van 3 mei 2024 tussen de Federale Staat, de Vlaamse Gemeenschap, de Franse Gemeenschap en de Duitstalige Gemeenschap inzake de gecoördineerde gedeeltelijke tenuitvoerlegging van verordening (EU) 2022/2065 van het Europees Parlement en de Raad van 19 oktober 2022 betreffende een eengemaakte markt voor digitale diensten en tot wijziging van Richtlijn 2000/31/EG (Digitaledienstenverordening). Met dit samenwerkingsakkoord werd ingestemd bij:
- decreet van het Vlaams Parlement van 17 mei 2024, BS 11 juni 2024;
- decreet van het Parlement van de Duitstalige Gemeenschap van 8 mei 2024, BS 17 juni 2024;
- decreet van het Parlement van de Franse Gemeenschap van 13 november 2024, BS 29 november 2024;
- wet van 20 december 2024, BS 30 december 2024.
[6] Tot die taken behoort onder meer ook het opstellen van een DSA-jaarverslag door samenvoeging van de verslagen van alle bevoegde autoriteiten. De publicatie van dit eerste DSA-jaarverslag, waartoe de VRM ook zal bijdragen, wordt verwacht in het voorjaar 2025.
[7] Verordening (EU) 2024/1083 van het Europees Parlement en de Raad van 11 april 2024 tot vaststelling van een gemeenschappelijk kader voor mediadiensten op de interne markt en tot wijziging van Richtlijn 2010/13/EU (Europese verordening mediavrijheid), Pb.L. 1083 17 april 2024, met rectificatie Pb.L. 90355 18 juni 2024, p. 1.
[8] Verordening (EU) 2024/900 van 13 maart 2024 van het Europees Parlement en de Raad betreffende transparantie en gerichte politieke reclame, Pb.L. 20 maart 2024, https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/PDF/?uri=OJ:L_202400900.
[9] Verordening (EU) 2024/1689 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juni 2024 tot vaststelling van geharmoniseerde regels betreffende artificiële intelligentie en tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 300/2008, (EU) nr. 167/2013, (EU) nr. 168/2013, (EU) 2018/858, (EU) 2018/1139 en (EU) 2019/2144 en de Richtlijnen 2014/90/EU, (EU) 2016/797 en (EU) 2020/1828 (verordening artificiële intelligentie).
[10] Verordening (EU) 2022/350 van de Raad van 1 maart 2022 tot wijziging van Verordening (EU) nr. 833/2014 betreffende beperkende maatregelen naar aanleiding van de acties van Rusland die de situatie in Oekraïne destabiliseren, Pb.L. 65 2 maart 2022, p. 1.
Besluit (GBVB) 2022/351 van de Raad van 1 maart 2022 tot wijziging van Besluit 2014/512/GBVB betreffende beperkende maatregelen naar aanleiding van acties van Rusland die de situatie in Oekraïne destabiliseren, Pb.L. 65 2 maart 2022, p. 5.
[11] Decreet van 9 februari 2024 tot wijziging van artikel 166, 166/1, 167, 168, 169 en 170 van het decreet van 27 maart 2009 betreffende radio-omroep en televisie, wat betreft de regionale televisieomroeporganisaties, BS 20 februari 2024.
[12] Besluit van 26 april 2024 van de Vlaamse Regering tot uitvoering van het decreet van 27 maart 2009 betreffende radio-omroep en televisie en tot wijziging van diverse besluiten, wat betreft de regionale televisieomroeporganisaties, BS 1 augustus 2024.
[13] Decreet van 1 maart 2024 tot wijziging van het decreet van 27 maart 2009 betreffende radio-omroep en televisie, wat betreft het stimuleren van de audiovisuele sector door financiële bijdragen aan de productie van audiovisuele werken, BS 29 maart 2024.
Bij het Grondwettelijk Hof werden beroepen ingesteld tot vernietiging van dit decreet. Die zaken zijn nog hangende.
[14] Besluit van 26 april 2024 van de Vlaamse Regering over het stimuleren van de audiovisuele sector door financiële bijdragen aan de productie van audiovisuele werken, BS 12 juli 2024.
[15] Decreet van 19 april 2024 tot wijziging van het decreet van 27 maart 2009 betreffende radio-omroep en televisie houdende inhoudelijke en technische aanpassingen en aanpassingen met het oog op de bescherming van persoonsgegevens en het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, BS 2 juli 2024.
[16] Besluit van 19 januari 2024 van de Vlaamse Regering over het verstrekken van informatie aan de kijker over programma's die de lichamelijke, geestelijke of morele ontwikkeling van minderjarigen zouden kunnen aantasten, BS 23 februari 2024. Zie ook https://www.goedgezien.tv/home/.
[17] Besluit van 3 mei 2024 de Vlaamse Regering over de vaststelling van de netwerken die voor een significant aantal eindgebruikers het belangrijkste middel zijn om televisieomroepprogramma’s door te geven, BS 18 juli 2024.
[18] Besluit van 26 april 2024 van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 juni 2006 betreffende de procedure voor de Vlaamse Regulator voor de Media, wat betreft raadplegingen en kennisgevingen, BS 1 augustus 2024.
[19] Decreet van 19 april 2024 houdende instemming met het samenwerkingsakkoord van 16 februari 2024 tot wijziging van het samenwerkingsakkoord van 21 december 2018 tussen de Franse Gemeenschap en de Vlaamse Gemeenschap betreffende de aanwending van digitale frequenties voor DAB+ op elkaars grondgebied, BS 17 mei 2024.