Symposium

Maandag 20 november 2017: Symposium VRM 'Druk op het Vlaamse media-ecosysteem' 

Op maandag 20 november 2017 organiseerde de Vlaamse Regulator voor de Media het symposium 'Druk op het Vlaamse media-ecosysteem'. 

Het symposium werd geopend met een verwelkoming door dhr. Joris Sels, gedelegeerd bestuurder van de VRM. In zijn welkomstwoord heeft hij kort het programma van het symposium toegelicht en de panelleden voorgesteld.

Vervolgens heeft dhr. Peter Sourbron, voorzitter van de algemene kamer van de VRM, ter inleiding op het paneldebat, kort de problematiek geschetst.

De (Vlaamse) mediasector heeft het afgelopen decennium met name onder invloed van technologische evoluties aanzienlijke wijzingen doorgemaakt. Dit heeft geleid tot meer schermen, meer keuze en meer controle voor de kijker.

In de eerste plaats stelt zich de vraag wat de rol is van de traditionele media in deze veranderende omgeving, en meer bepaald hoe jongeren vandaag de dag omgaan met media.

Door deze veranderingen staat ook de advertentiemarkt onder grote druk. Enkele grote wereldspelers (zoals Google en Facebook) hebben een aanzienlijk deel van de (online) advertentie-inkomsten naar zich toe gehaald. Zogenaamde ‘Big Data’ maken gerichter adverteren mogelijk, maar het is uitermate belangrijk dat de regels met betrekking tot de bescherming van de persoonsgegevens worden gerespecteerd.

Deze evoluties beïnvloeden ook de verhoudingen tussen de Vlaamse omroeporganisaties en de netwerkoperatoren/dienstenverdelers. Hoewel hun belangen niet steeds gelijklopend zijn, lijken zij genoodzaakt om in de toekomst meer samen te werken.  

Na deze inleidende probleemstelling volgde het paneldebat, gemodereerd door dhr. Marc Van de Looverbosch (VRT-journalist), met volgende sprekers: 

  • Dhr. Peter Quaghebeur (SBS Belgium)
  • Prof. dr. Lieven De Marez (UGent – MICT)
  • Mevr. Stéphanie Röckmann (Proximus)
  • Prof. dr. Tom Evens (UGent – MICT)

Wat jongeren en media betreft, begon Lieven De Marez met aan te geven dat de explosieve groei in bezit van aantal schermen is gestagneerd en momenteel de media-consumptie hoofdzakelijk toeneemt bij jongeren, convergerend naar de smartphone en de laptop. De ‘millenials’, geboren na 1985, zweren de traditionele media niet af, maar vullen die aan met nieuwe mediavormen, waardoor ze tot 9 uren per dag media ‘consumeren’. Eens de leeftijd van 20 jaar bereikt, dienen zij echter wegens tijdsgebrek af te kicken van hun ‘digibesitas’ en keuzes te maken. Meestal wordt dan het klassieke televisiescherm achterwege gelaten. Peter Quaghebeur bevestigt deze trend en benadrukt het belang voor een traditionele televisiezender om zijn ‘content’ dan ook op alle platformen beschikbaar te stellen. Ook Tom Evens beaamt dat voornamelijk tieners meer en meer online naar programma’s kijken. Hij wijst er evenwel op dat afscheid nemen van het televisiescherm niet noodzakelijk gelijk staat aan afscheid nemen van televisie-‘content’. Voor de Vlaamse omroepen maakt het op zich ook niet uit via welk scherm of welk toestel wordt gekeken. Stéphanie Röckmann geeft aan dat het voor Proximus als distributeur uitermate belangrijk is om te luisteren naar de jongeren en voor hen een ‘Destination Media Hub’ te zijn.

Vloggers (vaak op YouTube terug te vinden) worden bij jongeren ook in Vlaanderen steeds populairder. Er zijn nog geen concrete cijfers voorhanden, maar volgens Lieven De Marez is er wel al duidelijk een trend waarbij, in plaats van zenders of merken, meer en meer ‘invloedrijke’ personen worden gevolgd. Peter Quaghebeur onderschrijft dit, maar stelt vast dat het zeer moeilijk is om als omroeporganisatie dit fenomeen te sturen. De populariteit van ‘vloggers’ moet eerst van onderuit groeien, waarna desgevallend wel gepoogd kan worden om, zoals in Nederland, deze initiatieven te bundelen of om populaire figuren binnen te halen bij de televisiezenders.

‘Big Data’ spelen een steeds grotere rol in onze maatschappij en dit is niet anders in de mediasector. Stéphanie Röckmann bevestigt dat Proximus over zeer veel klantengegevens beschikt, waarmee het bedrijf zeer omzichtig omspringt. Proximus investeert veel om door middel van deze gegevens de consumentenervaring te verbeteren. Dit kan onder meer door gerichter te adverteren, via ‘targeted advertising’. Tom Evens twijfelt echter aan de impact van gepersonaliseerde reclame als oplossing voor de dalende reclame-inkomsten. Lieven De Marez wijst op een mogelijk gevaar van gerichte reclame. De laatste 4 jaar is de reclame-irritatie bij kijkers gedaald. Wanneer ook in een online-omgeving gepersonaliseerde reclame, die niet kan worden doorgespoeld, wordt ingevoegd, zou dit de kijkers opnieuw kunnen irriteren en afstoten. Peter Quaghebeur geeft aan dat ook SBS werkt met ‘Big Data’ en investeert in gerichte reclame, maar wil het belang toch ook nuanceren. Adverteerders willen nog steeds in eerste instantie een heel groot publiek bereiken (de ‘Pray & Spray’-strategie), om bijkomend eventueel persoonlijker en gerichter te adverteren (ongeveer 5 tot 6% van de televisiereclame).

In dit kader is er in Vlaanderen nood aan een verbeterd meetsysteem voor bereik- en kijkcijfers. Tot op heden wordt nog steeds gewerkt met CIM-cijfers op basis van een kijkerspanel van 750 gezinnen, terwijl adverteerders meer gedetailleerde informatie vragen en met name bij de distributeurs ook al veel meer gegevens beschikbaar zijn. Peter Quaghebeur ontkent niet dat het systeem voor verbetering vatbaar is. Hij wijst evenwel op de moeilijkheden die worden ondervonden, zowel vanuit technologisch als commercieel opzicht, om de hele sector hieraan te laten samenwerken. Dit is niet enkel in Vlaanderen het geval, maar stoot wereldwijd op problemen.

Wat het gebruik en verzamelen van ‘Big Data’ betreft wijzen de panelleden op het belang van een algemene naleving van de regelgeving aangaande de verwerking van persoonsgegevens. Meer bepaald van de Europese ‘Algemene Verordening Gegevensbescherming’, die in het voorjaar van 2018 van toepassing zal worden. Volgens Tom Evens kijken de Vlaamse mediaspelers vaak tegen een ongelijk speelveld aan, doordat wereldspelers, die bovendien over een grotere verzameling aan gegevens beschikken, de strenge Europese regels niet hoeven na te leven of kunnen omzeilen.     

Op de vraag hoe de Vlaamse mediaspelers zich staande kunnen houden in deze veranderende mediaomgeving, antwoordt Peter Quaghebeur dat moet worden ingezet op het maken van lokale ‘content’.  Gekoppeld aan een verhoogde graad van samenwerking, die zich reeds laat gelden in recente concentratiebewegingen, kunnen zij zich verdedigen tegen de grote wereldspelers. Stéphanie Röckmann wijst op de unieke situatie van Vlaanderen, dat kan rekenen op verscheidene sterke mediaspelers en mediagroepen. Doordat kijkers tegen een zeer lage prijs toegang krijgen tot een zeer uitgebreid aanbod aan televisiekanalen, ligt de ‘incentive’ om enkel nog online te kijken (met zgn. ‘cord-cutting’ tot gevolg) bovendien veel lager dan in andere landen. 

Ter afsluiting van het panelgesprek werden nog enkele vragen gesteld vanuit het publiek. Hierbij werd nog dieper ingegaan op de impact van ‘nieuwe media’ op jongeren (die steeds mediawijzer lijken te worden), de nood aan een verbeterd meetsysteem voor kijkcijfers en het belang van een goede voorbereiding op de nieuwe ‘Algemene Verordening Gegevensbescherming’.

Vlaams minister van Media Sven Gatz rondde het symposium af met een slotwoord en enkele beschouwingen bij het mediagebruik van jongeren, ‘Big Data’ en de verhoudingen tussen de mediaspelers.

De minister stelt eveneens vast dat het mediagebruik van jongeren, steeds vaker online, veeleer toeneemt en wordt aangevuld met nieuwe vormen, dan dat traditionele media worden verlaten. Het vormt evenwel een grote uitdaging om deze jongeren mediawijs te maken en hun weg te laten vinden in de Vlaamse mediawereld.

‘Big Data’ en het verzamelen van persoonsgegevens neemt steeds grotere proporties aan. Volgens de minister moet een evenwicht worden gevonden tussen het recht op privacy en nieuwe reclamevormen die noodzakelijk zijn voor mediabedrijven om hun diensten te kunnen blijven aanbieden. In het voorjaar van 2018 zal de minister een Burgerkabinet organiseren over de rol van ‘privacy’ in de mediasector, in samenwerking met de bevoegde federale staatssecretaris.

Wat de relaties tussen de omroeporganisaties en de distributeurs betreft, wenst de minister voornamelijk als facilitator op te treden, onder meer door innovatie te stimuleren en kennis te delen (bv. via het project ‘Brussels Media Hub’). Hij wil er bovendien voor zorgen dat ook buitenlandse spelers, zoals Netflix, moeten bijdragen aan de productie van lokale ‘content’.

Het symposium werd beëindigd met een netwerkreceptie.