3.2.2 Analyse op basis van kijk- en luistercijfers en oplagen

In Figuur 79: marktaandelen mediagroepen (cijfers 2016 – behalve internet: cijfers 2017) wordt een overzicht gegeven hoe voor de verschillende mediagroepen de marktverhoudingen liggen op basis van kijk- en luistercijfers, betaalde verspreiding voor dagbladen en tijdschriften en websitebezoeken. Hieruit blijkt dat voor de aggregatie (= omroep, uitgeverij of website) van klassieke mediaproducten 80 tot 100% van de markt in handen is van acht groepen. Vorig jaar waren dit er nog negen, maar door de overheveling van Concentra- en Corelio-activiteiten naar Mediahuis zijn het er nog maar acht.

Figuur 79: Marktaandelen mediagroepen - Tekstuele beschrijving figuur 79

Bron: VRM op basis van CIM

Op het einde van het eerste hoofdstuk werd aangetoond dat de oefening om de Vlaamse mediasector af te bakenen hoe langer hoe moeilijker wordt. We nemen in toenemende mate crossmediale en convergente tendensen waar. Dezelfde mediacontent wordt via verschillende kanalen tot bij de consument gebracht.

Het meten van crossmediale concentratie wordt hierdoor een complexe oefening. De vergelijking van kijkdichtheid of bereik over verschillende platformen is niet gemakkelijk gezien de informatie hierover op verschillende manieren wordt verzameld. Zelfs als er vergelijkbare statistieken beschikbaar zouden zijn, moeten we ons realiseren dat het combineren van kijkdichtheid, tijdsgebruik, bereik of winstcijfers van alle media om de mogelijke invloed te meten problematisch kan zijn omdat personen op een verschillende manier naar de diverse media kijken.[211]



[211] De Britse regulator Ofcom stelde hiervoor de ‘share of references’ voor in zijn advies over “Measuring media plurality” van juni 2012. Hoewel ten tijde van de consultatie een aantal stakeholders opmerkingen maakten bij de methodiek past Ofcom deze meeteenheid reeds een aantal jaren toe. De ‘share of reference’ hanteert een uniforme methodologie om de invloed van een mediabedrijf te meten over de verschillende platformen (radio – televisie – kranten – internet) heen. Via een uitgebreide consumentenbevraging wordt nagegaan hoeveel ‘referenties’ een bepaalde dienst of kanaal krijgt als ‘regelmatige bron’ van nationaal en internationaal nieuws.