WTV gewaarschuwd voor het niet conform de regelgeving uitzenden van productplaatsing (‘Tendens’)

De VRM controleerde de uitzendingen van de particuliere regionale televisieomroeporganisaties (5 november 2016, 15u-18u), waaronder WTV.

Tijdens de onderzochte periode wordt het programma ‘Tendens’ uitgezonden. WTV geeft de aanwezigheid van productplaatsing aan door het tonen van het PP-logo bij het begin en aan het einde van de uitzending ervan. Onder de benaming ‘Hotspot’ wordt een item uitgezonden over onder meer een herenkledingzaak te Kortrijk.

Artikel 100, § 1, van het Mediadecreet bepaalt de voorwaarden waaraan programma’s die productplaatsing bevatten, moeten voldoen. Zo mogen dergelijke programma’s onder meer niet rechtstreeks aansporen tot aankoop van goederen of diensten, in het bijzonder door die producten of diensten specifiek aan te prijzen (artikel 100, § 1, 2°, van het Mediadecreet), noch mogen de producten of diensten in kwestie overmatige aandacht krijgen (artikel 100, § 1, 3°, van het Mediadecreet).

De besproken zaak krijgt gedurende bijna vier minuten nagenoeg alle aandacht, op een zodanige manier (met name door de uitspraken en opmerkingen van zowel de voice-over, presenterende fashion-blogger als zaakvoerder, maar ook door de veelvuldige visuele en auditieve vermeldingen) dat hier sprake is van overmatige aandacht.

De omroeporganisatie en de enthousiaste ‘fashionista’ verlenen bovendien hun volledige medewerking aan de promotie van de kledingzaak en geven de zaakvoerders de mogelijkheid om het unieke en de kwaliteiten van de zaak aan te prijzen. Alle troeven worden opgesomd, ondersteund door camerabeelden van de verscheidenheid van het aanbod in de zaak. Met name op het einde van het item prijst de presenterende blogster de zaak nogmaals extra aan: “Dat is hier een geweldige luxe, die extra aanpak en die extra service, dat vind ik wel heel belangrijk aan de winkel.”

De VRM besluit dat WTV een inbreuk heeft begaan op artikel 100, § 1, 2° en 3°, van het Mediadecreet.

Bij het bepalen van de sanctie houdt de VRM er evenwel rekening mee dat WTV aannemelijk maakt niet de intentie te hebben gehad om de voorwaarden met betrekking tot productplaatsing te overtreden.

De VRM besluit WTV te waarschuwen.

Mediadecreet

“In dit decreet wordt verstaan onder :

30° productplaatsing : elke vorm van audiovisuele commerciële communicatie die bestaat in het opnemen van of het verwijzen naar een product of dienst of een desbetreffend handelsmerk binnen het kader van een televisieprogramma."

“Productplaatsing is toegestaan ten aanzien van :

1° het opnemen of het verwijzen naar een product of dienst of een desbetreffend handelsmerk tegen betaling. In voorkomend geval is productplaatsing enkel toegestaan in (televisie)films, series, sportprogramma’s en lichte amusementsprogramma’s, met uitzondering van kinderprogramma’s;

2° goederen of diensten die gratis worden geleverd, zoals productiehulp en prijzen, met het oog op de opneming ervan in een programma. In voorkomend geval is productplaatsing toegestaan in alle soorten programma’s, behoudens in alle kinderprogramma’s van de openbare omroeporganisatie van de Vlaamse Gemeenschap. De Vlaamse Regering kan dit verbod uitbreiden tot de kinderprogramma’s van de andere omroeporganisaties."

‘De programma's die productplaatsing bevatten, voldoen aan al de volgende voorwaarden:

1° de inhoud en, in geval van lineaire uitzendingen, de programmering ervan, worden nooit dusdanig beïnvloed dat de verantwoordelijkheid en de redactionele onafhankelijkheid van de omroeporganisatie worden aangetast;

2° ze sporen niet rechtstreeks aan tot aankoop of huur van goederen of diensten, in het bijzonder door die producten of diensten specifiek aan te prijzen;

3° het product of de dienst in kwestie krijgt geen overmatige aandacht;

4° als het programma in kwestie is geproduceerd of besteld door de omroeporganisatie zelf of door een aan hem verbonden onderneming, worden de kijkers duidelijk gewezen op de aanwezigheid van productplaatsing. Het programma in kwestie wordt in het begin en op het einde ervan, en als het na een reclamepauze wordt hervat, op passende wijze als zodanig aangeduid om verwarring bij de kijkers te voorkomen. De Vlaamse Regering kan daarover nadere regels bepalen.’

Partij 1:
VRM
Partij 2:
VZW West-Vlaamse Televisie Omroep Regio Zuid
Kamer:
Algemene kamer
Datum publicatie: 8 March 2017
Beslissingsnummer:
2017-009
Type procedure:
Ambtshalve onderzoek