Nieuwsarchief
Beslissing 2010/022
De klacht van de heer Rudi Roth tegen NV Vlaamse Radio- en
Televisieomroep wordt ontvankelijk doch ongegrond
verklaard.
De heer Rudi Roth beklaagt zich over een bericht van 27
januari 2010 op VRT-teletekst pagina 175. Het
bericht heeft betrekking op de 65ste verjaardag van de
bevrijding van het uitroeiingskamp Auschwitz-Birkenau.
Volgens de klager werd foutieve, bewust onvolledige
informatie verspreid en was er een gebrek aan onpartijdigheid in de
berichtgeving op die teletekstpagina.
Het betrokken bericht bevatte onder meer de zin: "In
Auschwitz zijn zeker 1,1 miljoen mensen omgekomen". De heer
Roth voert in de eerste plaats aan dat de VRT bewust niet meldt dat
de grootste groep slachtoffers Joden waren. Voorts wijst het woord
'omkomen' volgens hem op het verliezen van het leven, zoals door
een ongeluk. De klager benadrukt dat de slachtoffers in
werkelijkheid omgebracht werden.
Na het ontvangen van de e-mails van de heer Roth wijzigde de VRT
na enkele uren het woord 'omgekomen' in 'omgebracht'. De
verduidelijking dat de meeste slachtoffers Joden waren, werd niet
aangebracht.
Ontvankelijkheid van de
klacht
Het Mediadecreet bepaalt dat een klager blijk moet geven van
benadeling of belang. Gezien het feit dat de heer Roth zelf als
oorlogsslachtoffer wordt beschouwd en familielid is van
personen die in Auschwitz-Birkenau werden omgebracht, wordt
aangenomen dat de klager blijk geeft van benadeling of
belang.
Gegrondheid van de
klacht
Volgens de klager overtreedt de VRT de bepalingen van
artikel 39 van het Mediadecreet. Dit artikel stelt dat
berichtgeving moet worden verzorgd in een geest van politieke en
ideologische onpartijdigheid.
De VRT verklaart dat het woord 'omgekomen' werd vervangen door
'omgebracht', dit na de mailberichten van de heer Roth. In de
beoordeling geeft de kamer aan dat de niet vermelding van de Joodse
slachtoffers, eveneens kan verklaard worden door de noodzaak om op
teletekst korte berichten weer te geven.
De kamer voor onpartijdigheid en bescherming van
minderjarigen besluit dat de VRT geen foute of onvolledige
discriminerende informatie heeft verspreid en de verplichtingen van
niet-discriminatie en van politieke en ideologische onpartijdigheid
niet heeft geschonden.
De klacht wordt bijgevolg ontvankelijk doch
ongegrond verklaard.
Beslissing 2010/022 (PDF)