Nieuwsarchief
Beslissing 2010/006
De kamer voor onpartijdigheid en bescherming van
minderjarigen verklaart de klacht van de heer Kurt
Lambrechts tegen VRT ontvankelijk en gegrond. Voor
de vastgestelde inbreuk wordt geen sanctie
opgelegd.
Op 28 november 2009 werd omstreeks 20u een trailer uitgezonden
op Eén waarin volgens de klager o.a. beelden
worden getoond van een expliciete koelbloedige moord (schot in
het voorhoofd) uit de film 'De zaak Alzheimer' en een bodybag met
een lijk uit de fictiereeks 'Flikken'.
De klager voert aan dat de uitzending plaatsvond net voor de
uitzending van het programma 'Dieren in Nesten', een
familieprogramma waar ook zijn kinderen van 5 en 7 jaar trouwe
kijkers van zijn. Hierdoor werden zijn jonge kinderen
onaangekondigd en ongewild geconfronteerd met voor hen schokkende
beelden.
De VRT voert aan dat de bedoelde trailer niet door de Dienst
Mediaplanning van de VRT werd ingepland maar door de VAR. Het feit
dat de bedoelde trailer net voor het programma 'Dieren in Nesten'
werd geplaatst wordt toegeschreven aan een communicatiefout tussen
de VRT en de VAR. De VRT geeft aan dat de betrokken diensten
intussen op de hoogte werden gebracht en dat is gevraagd om in de
toekomst de nodige voorzorg te nemen.
De VRT verontschuldigt zich bij de klager en zijn kinderen en zal
er in de toekomst dan ook op toezien dat dergelijke spots (met
fragmenten die niet geschikt zijn voor kinderen) niet meer
worden uitgezonden voor een familieprogramma.
De kamer voor onpartijdigheid en bescherming van
minderjarigen oordeelt dat het tonen van gruwelijke en schokkende
beelden een negatieve invloed kan hebben op de fysieke, mentale of
zedelijke ontwikkeling van minderjarigen. De kamer meent dat de VRT
er zich bewust had moeten van zijn dat, gelet op het feit dat de
trailer werd uitgezonden net voor een familieprogramma, niet kon
worden gewaarborgd dat jongeren of kinderen de trailer normaliter
niet zouden zien. Een omroep dient dan ook de nodige voorzorgen te
nemen om geen leeftijdsinadequate beelden uit te zenden, op een uur
waarop een breed publiek kan bereikt worden, die schade kunnen
toebrengen aan de fysieke, mentale of zedelijke ontwikkeling van
minderjarigen.
De kamer voor onpartijdigheid en bescherming van minderjarigen
neemt akte van het feit dat de inbreuk het gevolg is van een
communicatiefout tussen de VRT en de VAR en dat de omroep in de
toekomst zal toezien dat soortgelijke spots niet meer
worden uitgezonden voor, tijdens of onmiddelijk na een
familieprogramma. De verontschuldiging van de VRT aan de klager
maakt dit aannemelijk.
Bijgevolg verklaart de kamer voor onpartijdigheid en bescherming
van minderjarigen de klacht ontvankelijk en gegrond maar wordt geen
sanctie opgelegd aan de VRT.
Beslissing 2010/006 (PDF)