Mediadecreet - decreet betreffende de radio-omroep en televisie
- 27 maart 2009
...
Afdeling II. - Basisregels bij het gebruik van commerciële
communicatie
Art. 51. De
bepalingen van deze afdeling zijn eveneens van toepassing op
teletekst.
Art. 52. De
aanbieders van omroepdiensten mogen geen commerciële communicatie
uitzenden die in strijd is met wettelijke bepalingen.
Ze mogen bovendien geen commerciële communicatie uitzenden die
niet in overeenstemming is met de beginselen van de bescherming van
het privéleven, de eerlijke behandeling van de consument en de
eerlijke mededinging.
Art. 53.
Commerciële communicatie moet gemakkelijk als zodanig herkenbaar
zijn.
Art. 54. Sluikreclame is verboden.
Onder sluikreclame als vermeld in het eerste lid, wordt verstaan
commerciële communicatie bestaande uit het vermelden of vertonen
van goederen, diensten, naam, handelsmerk of activiteiten van een
producent van goederen of een aanbieder van diensten in
programma's, als de omroeporganisatie daarmee beoogt reclame te
maken en het publiek kan worden misleid omtrent de aard van de
vermelding of de vertoning. Deze bedoeling wordt met name geacht
aanwezig te zijn indien de vermelding of de vertoning tegen
betaling of soortgelijke vergoeding geschiedt.
Art. 55.
Commerciële communicatie mag niet zo opgezet zijn, dat ze :
1° de menselijke waardigheid aantast;
2° enige vorm van discriminatie op
grond van geslacht, ras of etnische afstamming, nationaliteit,
godsdienst of levensbeschouwing, handicap, leeftijd of seksuele
geaardheid bevat of bevordert;
3° aanzet tot gewelddadige,
racistische of xenofobe gedragingen.
Art. 56.
Commerciële communicatie mag geen elementen bevatten met kwetsende
of misprijzende uitlatingen over religieuze, filosofische of
politieke overtuigingen.
Art. 57.
Commerciële communicatie mag degenen die een bepaald product of een
bepaalde dienst niet verbruiken of gebruiken, niet in diskrediet
brengen.
Art. 58.
Commerciële communicatie mag personen niet uitbeelden in hun
persoonlijke of maatschappelijke hoedanigheid of naar hen verwijzen
zonder hun voorafgaande toestemming.
Commerciële communicatie mag niet zonder vooraf gegeven
toestemming persoonlijke eigendommen afbeelden of ernaar verwijzen
op een wijze die laat veronderstellen dat de betrokkene daarin
heeft toegestemd. Bij beelden van of verwijzingen naar persoonlijke
eigendommen is geen toestemming vereist voor wat integrerend tot
het straatbeeld behoort. Voor gerichte en uitdrukkelijke
verwijzingen is de toestemming wel vereist.
Art. 59.
Commerciële communicatie mag geen elementen bevatten die inspelen
op gevoelens van angst.
Art. 60. § 1.
Commerciële communicatie mag geen elementen bevatten die erop
gericht zijn de consument te misleiden op het gebied van :
1° de kenmerken van de goederen of diensten, zoals
beschikbaarheid, aard, uitvoering, samenstelling, procédé en datum
van fabricage of levering, geschiktheid voor het gebruik, de
gebruiksmogelijkheden, hoeveelheid, specificatie, geografische of
commerciële oorsprong of van het gebruik te verwachten resultaten,
of de uitslagen en essentiële uitkomsten van onderzoek van de
goederen of diensten;
2° de prijs of de wijze van
prijsberekening, alsmede de voorwaarden waaronder de goederen
worden geleverd of de diensten worden verricht;
3° de hoedanigheid, kwalificaties en
rechten van de adverteerder, zoals zijn identiteit en zijn
vermogen, zijn bekwaamheden en zijn industriële, commerciële of
intellectuele eigendomsrechten of zijn bekroningen en
onderscheidingen.
§ 2. Onder misleidende commerciële communicatie wordt elke vorm
van reclame verstaan die op enigerlei wijze, waaronder begrepen
haar opmaak, de personen tot wie ze zich richt of die ze bereikt,
misleidt of kan misleiden en die door haar misleidende karakter hun
economische gedrag kan beïnvloeden, of die om die redenen een
concurrent schade toebrengt of kan toebrengen.
Art. 61.
Commerciële communicatie mag niet op een verkeerde of misleidende
manier gebruikmaken van wetenschappelijke en technische
publicaties. Wetenschappelijke en technische termen mogen niet
worden misbruikt om bepaalde beweringen een
pseudo-wetenschappelijke basis te verstrekken.
Art. 62.
Commerciële communicatie mag niet aansporen tot gedrag dat
schadelijk is voor de gezondheid of de veiligheid of dat in hoge
mate schadelijk is voor het milieu.
Commerciële communicatie mag geen elementen bevatten die ertoe
kunnen leiden de kijker of luisteraar te misleiden over de
milieueffecten.
Commerciële communicatie mag geen
aanduidingen of suggesties bevatten waardoor het risico voor de
gezondheid en de veiligheid voor de consumenten en voor derden
wordt geminimaliseerd.
Art. 63. De
getuigenissen, attesten en aanbevelingen waarop in commerciële
communicatie een beroep wordt gedaan, moeten authentiek zijn, mogen
niet uit hun context gerukt zijn en mogen niet achterhaald zijn.
Het gebruiken van getuigenissen, attesten en aanbevelingen is
alleen toegestaan als de auteur zijn toestemming geeft.
Afdeling III. - Commerciële communicatie over specifieke
producten
Art. 64. De
bepalingen van deze afdeling zijn eveneens van toepassing op
teletekst.
Art. 65.
Commerciële communicatie over sigaretten en andere tabaksproducten
is verboden.
Art. 66.
Commerciële communicatie over geneesmiddelen voor menselijk gebruik
en medische behandelingen voor menselijk gebruik die alleen op
doktersvoorschrift verkrijgbaar zijn, is verboden.
Art. 67.
Commerciële communicatie over wapens is verboden.
Art.
68. Commerciële communicatie over
alcoholhoudende dranken moet aan de volgende criteria voldoen :
1° ze richt zich niet specifiek tot minderjarigen en toont in
het bijzonder geen minderjarigen die dit soort dranken
gebruiken;
2° ze legt geen verband tussen
alcoholgebruik en een verbetering van fysieke prestaties of
gemotoriseerd rijden;
3° ze wekt niet de indruk dat
alcoholgebruik bijdraagt tot sociale of seksuele successen;
4° er wordt niet in gesuggereerd dat
alcoholhoudende dranken therapeutische kwaliteiten bezitten of een
stimulerend, kalmerend of spanningsreducerend effect hebben;
5° ze moedigt geen onmatig
alcoholgebruik aan, of stelt onthouding of matig alcoholgebruik
niet in een negatief daglicht;
6° ze legt geen nadruk op het hoge
alcoholgehalte van dranken als positieve eigenschap.
Art. 69. Commerciële communicatie over
suikerhoudend snoepgoed moet op een duidelijke en contrasterende
wijze een gestileerde afbeelding van een tandenborstel tonen
gedurende de hele uitzending van de commerciële communicatie, naar
rato van een tiende van de hoogte van het filmbeeld,
verhoudingsgewijs weergegeven zoals hierna afgebeeld.
Art. 70. De
bepalingen van deze afdeling zijn eveneens van toepassing op
teletekst.
Art. 71.
Commerciële communicatie die gericht is op kinderen en jongeren,
moet voor hen duidelijk als zodanig herkenbaar zijn.
Art. 72.
Commerciële communicatie mag minderjarigen geen zedelijke of
lichamelijke schade toebrengen. Derhalve mag ze de volgende zaken
niet doen :
1° minderjarigen er rechtstreeks toe aanzetten een product of
dienst te kopen of te huren door te profiteren van hun
onervarenheid of goedgelovigheid;
2° minderjarigen er rechtstreeks toe
aanzetten hun ouders of anderen te overreden de aangeprezen
goederen of diensten aan te kopen;
3° minderjarigen zonder gegronde
redenen in gevaarlijke situaties tonen;
4° profiteren van het bijzondere
vertrouwen dat minderjarigen in ouders, leerkrachten of andere
personen stellen.
Art. 73. § 1.
Commerciële communicatie voor kinderen en jongeren moet worden
opgemaakt met de nodige sociale verantwoordelijkheidszin, zodat ze
positieve sociale gedragingen, levensstijlen en houdingen niet
ondermijnt.
§ 2. Commerciële communicatie voor kinderen mag geen geweld
weergeven, banaliseren, tolereren, idealiseren of aanmoedigen, noch
onwettig, antisociaal of laakbaar gedrag tonen of aanmoedigen.
Commerciële communicatie voor
jongeren mag geen geweld banaliseren, tolereren, idealiseren of
aanmoedigen, noch onwettig, antisociaal of laakbaar gedrag
aanmoedigen.
§ 3. Commerciële communicatie voor
kinderen en jongeren mag niet het gezag, de verantwoordelijkheid of
het oordeel van ouders en opvoeders ondermijnen, rekening houdend
met de heersende sociale en culturele waarden.
§ 4. Commerciële communicatie over
speelgoed dat op vuurwapens lijkt, is verboden.
Art. 74. § 1.
Commerciële communicatie voor kinderen en jongeren moet respect
opbrengen voor de waardigheid van kinderen en jongeren en mag
kinderen en jongeren niet zo in beeld brengen dat hun fysieke of
morele integriteit wordt aangetast of in gevaar wordt gebracht.
§ 2. Commerciële communicatie mag bij kinderen en jongeren geen
gevoelens van angst of ongemak oproepen.
§ 3. Commerciële communicatie voor
kinderen en jongeren mag geen teksten of visuele voorstellingen
bevatten die kinderen en jongeren geestelijk, moreel of fysiek
schade kunnen berokkenen, of die hen ertoe aanzetten gevaarlijk te
handelen of zich in onveilige toestanden te begeven, die hun
gezondheid of hun veiligheid ernstig in gevaar kunnen brengen, of
dat soort gedrag goedpraten.
§ 4. Commerciële communicatie mag
kinderen en jongeren niet ontraden om de gevestigde
veiligheidsregels te volgen. Bijzondere aandacht moet in dat
verband gaan naar onder meer :
1° verkeersveiligheid met kinderen en jongeren als voetganger,
fietser of passagier;
2° huishoudelijke situaties;
3° medicijnen en chemische
producten;
4° gevaarlijke gereedschappen, vuur,
lucifers;
5° spel in of bij het water.
Art. 75. § 1.
Commerciële communicatie voor kinderen moet de mogelijkheden en
eigenschappen van het product dat in de commerciële communicatie
wordt weergegeven, correct weergeven, zodat kinderen zeker niet
worden misleid over een van die kenmerken.
§ 2. Commerciële communicatie mag kinderen niet misleiden over
:
1° de eigenschappen, de afmetingen,
de waarde, de aard, de levensduur of de prestaties van het
product;
2° de met het product haalbare
resultaten;
3° de effecten op de gezondheid;
4° de graad van handigheid of de
leeftijd die vereist is voor het gebruik van het product.
Het gebruik van fantasie, inclusief
animatie, is geoorloofd in commerciële communicatie voor kinderen,
maar er moet over gewaakt worden dat de fantasie en de animatie hen
niet misleiden over de reële eigenschappen van het product in
kwestie.
Art. 76.
Commerciële communicatie voor kinderen mag niet beweren dat het
hebben of gebruiken van een bepaald product hen voordeel biedt ten
opzichte van andere kinderen, noch dat het niet-hebben van een
bepaald product tot het tegenovergestelde effect leidt. De
commerciële communicatie mag niet beweren dat kinderen die het
product niet bezitten, minderwaardig of onpopulair zijn.
Commerciële communicatie voor kinderen mag de prijs van het
aangeboden product niet minimaliseren, noch suggereren dat het
aangeboden product tot de mogelijkheden van elk gezinsbudget
behoort.
Art. 77. Commerciële
communicatie voor kinderen en jongeren mag geen buitensporig
verbruik aanmoedigen of vergoelijken van voedingsmiddelen en
dranken die stoffen bevatten waarvan een overmatig gebruik niet
aanbevolen is, zoals vetten, transvetzuren, zout of natrium en
suikers.